BWBR0041316
Geldig vanaf 2018-09-05
Artikel 6.6
Mandaatbesluit BZK 2018
1. Het mandaat van de directeur is niet van toepassing op:
a. personele aangelegenheden ten aanzien van rechtstreeks onder de secretaris-generaal of het diensthoofd ressorterende functionarissen;
b. het aanstellen van een ambtenaar;
c. het verlenen van een gratificatie bij ambtsjubileum;
d. het opleggen van een disciplinaire straf;
e. het schorsen van een ambtenaar in zijn ambt;
f. het verlenen van ontslag aan een ambtenaar;
g. het aanwijzen van een ambtenaar als VWNW-kandidaat;
h. het vaststellen van beleidsregels en circulaires ten aanzien van aangelegenheden op het werkterrein van het diensthoofd, tenzij deze bevoegdheid in hogere regelgeving aan de desbetreffende functionaris is toegekend;
i. het besluiten tot een reorganisatie in de zin van de rechtspositieregeling;
j. het toekennen van materiële schadevergoeding vanaf € 2.500,- of immateriële schadevergoeding;
k. het vaststellen van de formatie van de onder de diensthoofden ressorterende dienstonderdelen;
l. de onderwerpen genoemd in artikel 4.5.
2. De beperkingen genoemd in het eerste lid, onderdeel b tot en met f, zijn niet van toepassing op het mandaat van de directeur die leiding geeft aan een agentschap.
a. personele aangelegenheden ten aanzien van rechtstreeks onder de secretaris-generaal of het diensthoofd ressorterende functionarissen;
b. het aanstellen van een ambtenaar;
c. het verlenen van een gratificatie bij ambtsjubileum;
d. het opleggen van een disciplinaire straf;
e. het schorsen van een ambtenaar in zijn ambt;
f. het verlenen van ontslag aan een ambtenaar;
g. het aanwijzen van een ambtenaar als VWNW-kandidaat;
h. het vaststellen van beleidsregels en circulaires ten aanzien van aangelegenheden op het werkterrein van het diensthoofd, tenzij deze bevoegdheid in hogere regelgeving aan de desbetreffende functionaris is toegekend;
i. het besluiten tot een reorganisatie in de zin van de rechtspositieregeling;
j. het toekennen van materiële schadevergoeding vanaf € 2.500,- of immateriële schadevergoeding;
k. het vaststellen van de formatie van de onder de diensthoofden ressorterende dienstonderdelen;
l. de onderwerpen genoemd in artikel 4.5.
2. De beperkingen genoemd in het eerste lid, onderdeel b tot en met f, zijn niet van toepassing op het mandaat van de directeur die leiding geeft aan een agentschap.