BWBR0041316
Geldig vanaf 2018-09-05
Artikel 6.11
Mandaatbesluit BZK 2018
1. Bij tijdelijke afwezigheid of verhindering van de directeur worden diens taken volledig uitgeoefend door de plaatsvervangend directeur.
2. De aanwijzing van een plaatsvervangend directeur geschiedt door de directeur met inachtneming van het Organisatiebesluit BZK 2018en in overeenstemming met de leidinggevende van de directeur.
3. Bij gelijktijdige tijdelijke afwezigheid of verhindering van de directeur en de plaatsvervangend directeur worden de taken van de directeur bij wijze van plaatsvervanging uitgeoefend door de leidinggevende van de directeur.
4. In afwijking van het vorige lid kan de plaatsvervanging van de directeur die leiding geeft aan een agentschap volledig worden uitgeoefend door de functionaris die daartoe door de directeur in overeenstemming met de leidinggevende van de directeur is aangewezen.
2. De aanwijzing van een plaatsvervangend directeur geschiedt door de directeur met inachtneming van het Organisatiebesluit BZK 2018en in overeenstemming met de leidinggevende van de directeur.
3. Bij gelijktijdige tijdelijke afwezigheid of verhindering van de directeur en de plaatsvervangend directeur worden de taken van de directeur bij wijze van plaatsvervanging uitgeoefend door de leidinggevende van de directeur.
4. In afwijking van het vorige lid kan de plaatsvervanging van de directeur die leiding geeft aan een agentschap volledig worden uitgeoefend door de functionaris die daartoe door de directeur in overeenstemming met de leidinggevende van de directeur is aangewezen.