BWBR0040733
Geldig vanaf 23-03-2018
Artikel 5
Besluit verlening mandaat, volmacht en machtiging personele aangelegenheden Kadaster 2018
1. Een directeur is bevoegd aan een afdelingshoofd en/of manager, die tevens lid is of zijn van het managementteam van de directeur, een algemeen ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging te verlenen ten aanzien van bevoegdheden die aan hem zijn verleend op grond van artikel 2.
2. Een directeur is tevens bevoegd aan leidinggevende functionarissen van zijn directie die rechtstreeks onder een afdelingshoofd en manager als bedoeld in het voorgaande lid, ressorteren ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging te verlenen ten aanzien van bevoegdheden zoals omschreven in artikel 2, derde lid van het Besluit directeuren tot verlening ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging personele aangelegenheden Kadaster 2018.
3. Een directeur kan aan de in het eerste en tweede lid genoemde functionarissen met betrekking tot de uitoefening van het ondermandaat, de ondervolmacht en de ondermachtiging algemene en bijzondere aanwijzingen geven. Een directeur ziet erop toe dat deze aanwijzingen door deze functionarissen worden nageleefd.
4. Een directeur die ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging verleent, doet dit schriftelijk waarbij de Dienst zorg draagt voor bekendmaking hiervan door publicatie in de Staatscourant.
5. De directeur Organisatie en HRM stelt een register op met betrekking tot de door de directeuren verleende ondermandaten, ondervolmachten en ondermachtigingen. Het register kan tevens de gegeven algemene en bijzondere aanwijzingen met betrekking tot de uitoefening van het (onder)mandaat, (onder)volmacht en (onder)machtiging bevatten.
2. Een directeur is tevens bevoegd aan leidinggevende functionarissen van zijn directie die rechtstreeks onder een afdelingshoofd en manager als bedoeld in het voorgaande lid, ressorteren ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging te verlenen ten aanzien van bevoegdheden zoals omschreven in artikel 2, derde lid van het Besluit directeuren tot verlening ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging personele aangelegenheden Kadaster 2018.
3. Een directeur kan aan de in het eerste en tweede lid genoemde functionarissen met betrekking tot de uitoefening van het ondermandaat, de ondervolmacht en de ondermachtiging algemene en bijzondere aanwijzingen geven. Een directeur ziet erop toe dat deze aanwijzingen door deze functionarissen worden nageleefd.
4. Een directeur die ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging verleent, doet dit schriftelijk waarbij de Dienst zorg draagt voor bekendmaking hiervan door publicatie in de Staatscourant.
5. De directeur Organisatie en HRM stelt een register op met betrekking tot de door de directeuren verleende ondermandaten, ondervolmachten en ondermachtigingen. Het register kan tevens de gegeven algemene en bijzondere aanwijzingen met betrekking tot de uitoefening van het (onder)mandaat, (onder)volmacht en (onder)machtiging bevatten.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0040733
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl