BWBR0040557
Geldig vanaf 2018-01-27
Artikel 5
Mandaatbesluit Algemene Zaken 2017
1. Aan de secretaris-generaal wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op het gebied van de ambtelijke leiding van al hetgeen het ministerie betreft, zoals nader omschreven in de toelichting bij het <a href="/wet/BWBR0004419" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">koninklijk besluit van 18 oktober 1988, houdende regeling van de functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal</a>(Stb. 1988, 499).
2. Aangelegenheden op het gebied van:
a. de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT), waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften;
b. de Wet hergebruik van overheidsinformatie, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst;
c. de Wet bescherming persoonsgegevens (na: 25 mei 2018 de Algemene Verordening Gegevensbescherming), waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst.
3. De secretaris-generaal heeft bij uitsluiting van anderen mandaat ten aanzien van de volgende bevoegdheden, er wordt geen ondermandaat verleend met betrekking tot:
a. beslissingen op bezwaarschriften inzake personeelsaangelegenheden;
b. besluiten die voor alle ambtenaren van het Ministerie gelden: ○ de toekenning van vertrekregelingen en schadeloosstellingen op grond van artikel 69 ARAR vanaf een bedrag van € 25.000,– (lees: vijf- en twintigduizend euro);
○ aanwijzen van een Van Werk Naar Werk-kandidaat (VWNW-kandidaat);
○ stukken gericht aan de Nationale ombudsman.
○ de toekenning van vertrekregelingen en schadeloosstellingen op grond van artikel 69 ARAR vanaf een bedrag van € 25.000,– (lees: vijf- en twintigduizend euro);
○ aanwijzen van een Van Werk Naar Werk-kandidaat (VWNW-kandidaat);
○ stukken gericht aan de Nationale ombudsman.
c. de afwikkeling van een gemeld vermoeden van een misstand.
2. Aangelegenheden op het gebied van:
a. de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT), waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften;
b. de Wet hergebruik van overheidsinformatie, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst;
c. de Wet bescherming persoonsgegevens (na: 25 mei 2018 de Algemene Verordening Gegevensbescherming), waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst.
3. De secretaris-generaal heeft bij uitsluiting van anderen mandaat ten aanzien van de volgende bevoegdheden, er wordt geen ondermandaat verleend met betrekking tot:
a. beslissingen op bezwaarschriften inzake personeelsaangelegenheden;
b. besluiten die voor alle ambtenaren van het Ministerie gelden: ○ de toekenning van vertrekregelingen en schadeloosstellingen op grond van artikel 69 ARAR vanaf een bedrag van € 25.000,– (lees: vijf- en twintigduizend euro);
○ aanwijzen van een Van Werk Naar Werk-kandidaat (VWNW-kandidaat);
○ stukken gericht aan de Nationale ombudsman.
○ de toekenning van vertrekregelingen en schadeloosstellingen op grond van artikel 69 ARAR vanaf een bedrag van € 25.000,– (lees: vijf- en twintigduizend euro);
○ aanwijzen van een Van Werk Naar Werk-kandidaat (VWNW-kandidaat);
○ stukken gericht aan de Nationale ombudsman.
c. de afwikkeling van een gemeld vermoeden van een misstand.