BWBR0040557
Geldig vanaf 2018-01-27
Artikel 15
Mandaatbesluit Algemene Zaken 2017
1. Ondertekening door de secretaris-generaal van een document krachtens mandaat luidt als volgt:
DE MINISTER-PRESIDENT,
Minister van Algemene Zaken,
namens deze,
De secretaris-generaal,
(handtekening)
(naam)
2. Ondertekening door andere functionarissen van een document krachtens mandaat luidt als volgt:
DE MINISTER-PRESIDENT,
Minister van Algemene Zaken,
namens deze,
(handtekening)
(naam)
(functie)
3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op digitale besluiten die worden genomen via het P-Direktportaal.
4. Buiten de in artikel 4, lid 2bedoelde gevallen kan, indien door afwezigheid of ontstentenis een door de Minister genomen besluit niet door hem kan worden ondertekend, een dergelijk besluit namens de Minister worden ondertekend door de secretaris-generaal, tenzij de aard van de bevoegdheid of een wettelijk voorschrift zich daartegen verzet. In een dergelijk geval geschiedt het ondertekenen als volgt:
DE MINISTER-PRESIDENT,
Minister van Algemene Zaken,
namens deze,
overeenkomstig het door de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, genomen besluit,
gevolgd door de handtekening, naam en functie van de secretaris-generaal.
5. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de ondertekening van een document krachtens machtiging, tenzij uit de aard en de inhoud van het document reeds voldoende blijkt dat het namens de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, is opgesteld.
In dat geval luidt de ondertekening als volgt:
(handtekening)
(naam)
(functie)
6. Een document als bedoeld in het eerste, tweede, vierde of vijfde lid wordt opgesteld conform de vastgestelde rijksbrede huisstijl.
DE MINISTER-PRESIDENT,
Minister van Algemene Zaken,
namens deze,
De secretaris-generaal,
(handtekening)
(naam)
2. Ondertekening door andere functionarissen van een document krachtens mandaat luidt als volgt:
DE MINISTER-PRESIDENT,
Minister van Algemene Zaken,
namens deze,
(handtekening)
(naam)
(functie)
3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op digitale besluiten die worden genomen via het P-Direktportaal.
4. Buiten de in artikel 4, lid 2bedoelde gevallen kan, indien door afwezigheid of ontstentenis een door de Minister genomen besluit niet door hem kan worden ondertekend, een dergelijk besluit namens de Minister worden ondertekend door de secretaris-generaal, tenzij de aard van de bevoegdheid of een wettelijk voorschrift zich daartegen verzet. In een dergelijk geval geschiedt het ondertekenen als volgt:
DE MINISTER-PRESIDENT,
Minister van Algemene Zaken,
namens deze,
overeenkomstig het door de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, genomen besluit,
gevolgd door de handtekening, naam en functie van de secretaris-generaal.
5. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de ondertekening van een document krachtens machtiging, tenzij uit de aard en de inhoud van het document reeds voldoende blijkt dat het namens de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, is opgesteld.
In dat geval luidt de ondertekening als volgt:
(handtekening)
(naam)
(functie)
6. Een document als bedoeld in het eerste, tweede, vierde of vijfde lid wordt opgesteld conform de vastgestelde rijksbrede huisstijl.