BWBR0040324
Geldig vanaf 2018-01-01
Artikel 37
Regeling opleiding en handhaving vakbekwaamheid bedieners van luchtvaartstations en vluchtinformatieverstrekkers
De methode waarmee de vakbekwaamheden van de houders van bewijzen van bevoegdheid per eenheid op peil wordt gehouden wordt vastgesteld in een door de minister goed te keuren bekwaamhedenprogramma voor de eenheid, dat in elk geval de volgende elementen bevat:
a. voor het FISO de eisen overeenkomstig verordening (EU) nr. 2015/340, artikel ATCO.B.025;
b. voor het ASO: 1°. het toegestane maximum van de aaneengesloten periode waarin de rechten van een eenheidsaantekening niet worden uitgeoefend tijdens de geldigheidsperiode ervan. Met uitzondering van de bevoegdverklaring DIS, bedraagt deze periode hoogstens 6 maanden. Ten aanzien van de eenheidsaantekening bij de bevoegdverklaring DIS bedraagt deze periode hoogstens 12 maanden;
2°. het minimumaantal uren voor het uitoefenen van de rechten van de eenheidsaantekening binnen een bepaalde periode die ten hoogste 12 maanden bedraagt. Voor instructeurs voor opleidingen op de werkplek die de rechten van de aantekening OJTI, telt de tijd besteed aan het geven van opleiding mee voor ten hoogste 50% van de voor verlenging van de eenheidsaantekening vereiste uren;
3°. procedures in het geval de houder niet voldoet aan de vereisten van onderdeel 1 en 2;
4°. procedures voor het assessment van de vakbekwaamheid, waaronder beoordeling van de thema's van herhalingsopleidingen;
5°. procedures voor de examinering van de theoretische kennis en inzichten die nodig zijn om de rechten van de bevoegdverklaringen en aantekeningen uit te oefenen;
6°. procedures om de thema's en subthema's, doelstellingen en opleidingsmethoden van de voortgezette opleiding vast te stellen;
7°. de minimumduur en -frequentie van de herhalingsopleiding;
8°. procedures indien een kandidaat niet slaagt voor een examen of beoordeling, met inbegrip van de beroepsprocedures;
9°. procedures voor het melden en beheren van gevallen van tijdelijke onbekwaamheid om de rechten van een vergunning uit te oefenen, evenals voor het in kennis stellen van de minister.
1°. het toegestane maximum van de aaneengesloten periode waarin de rechten van een eenheidsaantekening niet worden uitgeoefend tijdens de geldigheidsperiode ervan. Met uitzondering van de bevoegdverklaring DIS, bedraagt deze periode hoogstens 6 maanden. Ten aanzien van de eenheidsaantekening bij de bevoegdverklaring DIS bedraagt deze periode hoogstens 12 maanden;
2°. het minimumaantal uren voor het uitoefenen van de rechten van de eenheidsaantekening binnen een bepaalde periode die ten hoogste 12 maanden bedraagt. Voor instructeurs voor opleidingen op de werkplek die de rechten van de aantekening OJTI, telt de tijd besteed aan het geven van opleiding mee voor ten hoogste 50% van de voor verlenging van de eenheidsaantekening vereiste uren;
3°. procedures in het geval de houder niet voldoet aan de vereisten van onderdeel 1 en 2;
4°. procedures voor het assessment van de vakbekwaamheid, waaronder beoordeling van de thema's van herhalingsopleidingen;
5°. procedures voor de examinering van de theoretische kennis en inzichten die nodig zijn om de rechten van de bevoegdverklaringen en aantekeningen uit te oefenen;
6°. procedures om de thema's en subthema's, doelstellingen en opleidingsmethoden van de voortgezette opleiding vast te stellen;
7°. de minimumduur en -frequentie van de herhalingsopleiding;
8°. procedures indien een kandidaat niet slaagt voor een examen of beoordeling, met inbegrip van de beroepsprocedures;
9°. procedures voor het melden en beheren van gevallen van tijdelijke onbekwaamheid om de rechten van een vergunning uit te oefenen, evenals voor het in kennis stellen van de minister.
a. voor het FISO de eisen overeenkomstig verordening (EU) nr. 2015/340, artikel ATCO.B.025;
b. voor het ASO: 1°. het toegestane maximum van de aaneengesloten periode waarin de rechten van een eenheidsaantekening niet worden uitgeoefend tijdens de geldigheidsperiode ervan. Met uitzondering van de bevoegdverklaring DIS, bedraagt deze periode hoogstens 6 maanden. Ten aanzien van de eenheidsaantekening bij de bevoegdverklaring DIS bedraagt deze periode hoogstens 12 maanden;
2°. het minimumaantal uren voor het uitoefenen van de rechten van de eenheidsaantekening binnen een bepaalde periode die ten hoogste 12 maanden bedraagt. Voor instructeurs voor opleidingen op de werkplek die de rechten van de aantekening OJTI, telt de tijd besteed aan het geven van opleiding mee voor ten hoogste 50% van de voor verlenging van de eenheidsaantekening vereiste uren;
3°. procedures in het geval de houder niet voldoet aan de vereisten van onderdeel 1 en 2;
4°. procedures voor het assessment van de vakbekwaamheid, waaronder beoordeling van de thema's van herhalingsopleidingen;
5°. procedures voor de examinering van de theoretische kennis en inzichten die nodig zijn om de rechten van de bevoegdverklaringen en aantekeningen uit te oefenen;
6°. procedures om de thema's en subthema's, doelstellingen en opleidingsmethoden van de voortgezette opleiding vast te stellen;
7°. de minimumduur en -frequentie van de herhalingsopleiding;
8°. procedures indien een kandidaat niet slaagt voor een examen of beoordeling, met inbegrip van de beroepsprocedures;
9°. procedures voor het melden en beheren van gevallen van tijdelijke onbekwaamheid om de rechten van een vergunning uit te oefenen, evenals voor het in kennis stellen van de minister.
1°. het toegestane maximum van de aaneengesloten periode waarin de rechten van een eenheidsaantekening niet worden uitgeoefend tijdens de geldigheidsperiode ervan. Met uitzondering van de bevoegdverklaring DIS, bedraagt deze periode hoogstens 6 maanden. Ten aanzien van de eenheidsaantekening bij de bevoegdverklaring DIS bedraagt deze periode hoogstens 12 maanden;
2°. het minimumaantal uren voor het uitoefenen van de rechten van de eenheidsaantekening binnen een bepaalde periode die ten hoogste 12 maanden bedraagt. Voor instructeurs voor opleidingen op de werkplek die de rechten van de aantekening OJTI, telt de tijd besteed aan het geven van opleiding mee voor ten hoogste 50% van de voor verlenging van de eenheidsaantekening vereiste uren;
3°. procedures in het geval de houder niet voldoet aan de vereisten van onderdeel 1 en 2;
4°. procedures voor het assessment van de vakbekwaamheid, waaronder beoordeling van de thema's van herhalingsopleidingen;
5°. procedures voor de examinering van de theoretische kennis en inzichten die nodig zijn om de rechten van de bevoegdverklaringen en aantekeningen uit te oefenen;
6°. procedures om de thema's en subthema's, doelstellingen en opleidingsmethoden van de voortgezette opleiding vast te stellen;
7°. de minimumduur en -frequentie van de herhalingsopleiding;
8°. procedures indien een kandidaat niet slaagt voor een examen of beoordeling, met inbegrip van de beroepsprocedures;
9°. procedures voor het melden en beheren van gevallen van tijdelijke onbekwaamheid om de rechten van een vergunning uit te oefenen, evenals voor het in kennis stellen van de minister.