BWBR0040324
Geldig vanaf 2018-01-01
Artikel 36
Regeling opleiding en handhaving vakbekwaamheid bedieners van luchtvaartstations en vluchtinformatieverstrekkers
1. De minister kan, indien niet aan het vereiste bedoeld in artikel 28, vierde lid, onderdeel a, kan worden voldaan, toestaan dat de houder van een aantekening assessor, die is afgegeven overeenkomstig artikel 31, de in artikel 28, tweede lid, onderdeel b, genoemde beoordelingen uitvoert in het geval van buitengewone omstandigheden of om de onafhankelijkheid van de beoordeling te garanderen, op voorwaarde dat voldaan is aan de vereisten in het tweede en derde lid.
2. In het geval van buitengewone omstandigheden moet de houder van de aantekening assessor gedurende een onmiddellijk voorafgaande periode van ten minste één jaar ook houder zijn van een eenheidsaantekening met de bijbehorende bevoegdverklaring en, indien van toepassing, de aantekening bij de bevoegdverklaring, die relevant is voor de beoordeling. De machtiging is beperkt tot de beoordelingen die nodig zijn om de buitengewone omstandigheden te dekken en mag niet langer geldig zijn dan één jaar of de geldigheidsperiode van de overeenkomstig artikel 31afgegeven, aantekening assessor, indien deze minder lang is.
3. Om de onafhankelijkheid van de beoordeling om redenen van terugkerende aard te garanderen, moet de houder van de aantekening assessor gedurende een onmiddellijk voorafgaande periode van ten minste één jaar ook houder zijn van een eenheidsaantekening met de bijbehorende bevoegdverklaring en, indien van toepassing, de aantekening bij de bevoegdverklaring, die relevant is voor de beoordeling. De geldigheidsperiode van de machtiging wordt door de Minister vastgesteld, maar mag niet langer zijn dan de geldigheid van de overeenkomstig artikel 31afgegeven aantekening assessor.
2. In het geval van buitengewone omstandigheden moet de houder van de aantekening assessor gedurende een onmiddellijk voorafgaande periode van ten minste één jaar ook houder zijn van een eenheidsaantekening met de bijbehorende bevoegdverklaring en, indien van toepassing, de aantekening bij de bevoegdverklaring, die relevant is voor de beoordeling. De machtiging is beperkt tot de beoordelingen die nodig zijn om de buitengewone omstandigheden te dekken en mag niet langer geldig zijn dan één jaar of de geldigheidsperiode van de overeenkomstig artikel 31afgegeven, aantekening assessor, indien deze minder lang is.
3. Om de onafhankelijkheid van de beoordeling om redenen van terugkerende aard te garanderen, moet de houder van de aantekening assessor gedurende een onmiddellijk voorafgaande periode van ten minste één jaar ook houder zijn van een eenheidsaantekening met de bijbehorende bevoegdverklaring en, indien van toepassing, de aantekening bij de bevoegdverklaring, die relevant is voor de beoordeling. De geldigheidsperiode van de machtiging wordt door de Minister vastgesteld, maar mag niet langer zijn dan de geldigheid van de overeenkomstig artikel 31afgegeven aantekening assessor.