1. Aan de directeur Bedrijfsvoering van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor besluiten, privaatrechtelijke rechtshandelingen en feitelijke handelingen die verband houden met:
a. het ontwikkelen van beleid en adviseren van de departementsleiding en het management en het leveren van een bijdrage aan interdepartementale beleidsontwikkeling, op het gebied van de facilitaire diensten, personeel en organisatie, inkoop, ICT-toepassingen, informatievoorziening, huisvesting en ondersteuning van het management bij directoraten-generaal en stafdirecties;
b. het adviseren van de departementsleiding en het management over en het implementeren van beleid op het gebied van management development (ABD), mobiliteit, werving, opleiding, de personeelscyclus, leren en ontwikkelen, diversiteit en gezond & veilig werken (of vitaliteit);
c. het ondersteunen en adviseren van de departementsleiding en het management inzake medezeggenschap, P-advies en sociaal-juridische zaken;
d. het uitvoeren van taken rond personeels- en salarisadministratie voor zover die niet bij P-Direkt zijn ondergebracht en met betrekking tot de personeelsstichting;
e. het beschikbaar stellen en houden van ICT-toepassingen, ondersteuning bij het gebruik van toepassingen en het functioneel beheer van concernapplicaties en gegevensbeheer voor Identity Management;
f. het uitvoeren van zowel alle operationele taken binnen het spectrum van digitale informatievoorziening als de wettelijke taken die hierover zijn vastgelegd voor het kerndepartement;
g. het voorzien in informatiecentra, interne nieuwsvoorziening en intranet;
h. het adviseren over en het ontwikkelen van nieuwe informatieproducten, informatiekanalen, toepassingen en functionaliteiten;
i. het coördineren van de inkoop van het ministerie en het in opdracht van de plaatsvervangend secretaris-generaal van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de secretaris-generaal of een hoofd van dienst aangaan en ondertekenen van inkoopopdrachten en contracten;
j. het aangaan van overeenkomsten op het terrein van roerende goederen en dienstverlening, alsmede het materiele beheer van roerende goederen en het in opdracht van de secretaris-generaal, de directeur Transitie en aansturing bedrijfsvoering of een hoofd van dienst aangaan en ondertekenen van inkoopopdrachten en contracten;
k. het voeren van regie en het zorg dragen van uitvoering op het gebied van huisvesting, waaronder begrepen huur, beheer van vastgoed, werkplekinrichting, technisch onderhoud, ruimtebeheer en verhuizingen, de huisvestingspecial`pied-à-terres`van de politieke top;
l. het voorzien in overige facilitaire zaken, waaronder begrepen maar niet beperkt tot personenvervoer, vertaaldiensten, telefooncentrale en uitvoering van evenementen;
m. het voorzien in de secretariële ondersteuning bij directoraten-generaal en stafdirecties en het standaardiseren van bijbehorende werkprocessen;
n. het adviseren van het management bij directoraten-generaal en stafdirecties op bedrijfsvoeringsterreinen en het doorgeleiden van wensen naar het juiste onderdeel binnen de directie Bedrijfsvoering;
o. het ondersteunen van concern en bestuur bij organisatieontwikkeling en verandertrajecten door middel van advisering, teamcoaching en procesbegeleiding;
p. voorbereiden van (inter)departementaal overleg op het terrein van organisatie en bedrijfsvoering en het zorg dragen voor een integrale afweging;
q. het voortouw nemen op bedrijfsvoeringsbrede thema's zoals het nieuwe werken, (informatie)beveiliging, integriteit en programmatisch werken;
r. het voorzien in expertise en capaciteit op het terrein van beleid (projectenpool), bedrijfsvoering en interim-management;
s. het leveren van diensten en voorzieningen voor een vlot verloop van het dagelijkse werk voor de individuele medewerker van het kerndepartement, waaronder begrepen maar niet beperkt tot het reserveren van vergaderzalen met catering, het voorzien in toegangspassen en het afhandelen van vragen en storingsmeldingen;
t. het behandelen van verzoeken tot het organiseren van evenementen en verzoeken tot interne verhuizingen;
u. het verzorgen van de communicatie binnen het kerndepartement inzake bedrijfsvoeringsonderwerpen;
v. het leveren van managementinformatie ten behoeve van de departementsleiding en dienstonderdelen op het gebied van bedrijfsvoering;
w. de controle op de personele budgetten, processen en formatie van het kerndepartement;
x. de financiële controle op materiele budgetten en het bewaken van de kwaliteit van werkprocessen van de directie;
y. het in opdracht van een hoofd van dienst autoriseren van medewerkers van de onderdelen van het ministerie genoemd in paragraaf I, tweede lid, onderdelen b en c, van de Bijlage Organisatie van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit voor het afnemen van digitale overheidsdiensten door middel van het inkopen, uitgeven en beheren van digitale authenticatiemiddelen;
z. het zorg dragen voor een actuele inschrijving van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel;
aa. het coördineren en het ontwerpen van de selectielijsten zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Archiefwet 1995 voor het gehele ministerie.
2. Aan de directeur Bedrijfsvoering van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat wordt tevens mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen ten aanzien van medewerkers voor wie salarisschaal 1 tot en met 14 van
bijlage B van het BBRAgeldt, betreffende:
a. beslissingen op bezwaarschriften inzake personeelsaangelegenheden met uitzondering van de beslissingen op bezwaarschriften tegen besluiten die in mandaat zijn genomen door hem of door hem aangewezen ambtenaren;
b. het verlenen van buitengewoon verlof ten behoeve van het vervullen van een functie bij een internationale volkenrechtelijke organisatie op grond van artikel 34 van het ARAR;
c. het toekennen van een terugkeergarantie op grond van sociaal flankerend beleid;
d. het toekennen van financiële tegemoetkomingen op grond van sociaal flankerend beleid;
e. het toekennen van schadeloosstellingen boven een bedrag van € 10.000 op grond van artikel 69 van het ARAR;
f. het opleggen van disciplinaire straffen op grond van artikel 81 van het ARAR;
g. het verminderen van bezoldiging tijdens schorsing op basis van artikel 92 van het ARAR;
h. het verlenen van ontslag op grond van artikel 99 van het ARAR en het verlenen van ontslag in combinatie met een financiële regeling.