Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. de minister: de Minister van Economische Zaken en Klimaat;
b. de secretaris-generaal: de secretaris-generaal van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat;
c. de plaatsvervangend secretaris-generaal: de plaatsvervangend secretaris-generaal van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat;
d. de hoofden van dienst: 1°. de directeur-generaal van Bedrijfsleven en Innovatie;
2°. de directeur-generaal van Energie, Telecom en Mededinging;
3°. de directeur Algemene Economische Politiek;
4°. de directeur Bedrijfsvoering;
5°. de directeur Bureau Bestuursraad;
6°. de directeur Communicatie;
7°. de directeur Europese en Internationale Zaken;
8°. de directeur Financieel-Economische Zaken;
9°. de directeur Wetgeving en Juridische Zaken;
10°. de Nationaal Coördinator Groningen;
11°. de directeur van het Centraal Planbureau;
12°. de algemeen directeur van de Dienst ICT Uitvoering;
13°. de inspecteur-generaal der mijnen;
14°. de algemeen directeur Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;
15°. de directeur-hoofdinspecteur van het Agentschap Telecom;
16°. de directeur van de Dienst Nederlandse Emissieautoriteit.
1°. de directeur-generaal van Bedrijfsleven en Innovatie;
2°. de directeur-generaal van Energie, Telecom en Mededinging;
3°. de directeur Algemene Economische Politiek;
4°. de directeur Bedrijfsvoering;
5°. de directeur Bureau Bestuursraad;
6°. de directeur Communicatie;
7°. de directeur Europese en Internationale Zaken;
8°. de directeur Financieel-Economische Zaken;
9°. de directeur Wetgeving en Juridische Zaken;
10°. de Nationaal Coördinator Groningen;
11°. de directeur van het Centraal Planbureau;
12°. de algemeen directeur van de Dienst ICT Uitvoering;
13°. de inspecteur-generaal der mijnen;
14°. de algemeen directeur Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;
15°. de directeur-hoofdinspecteur van het Agentschap Telecom;
16°. de directeur van de Dienst Nederlandse Emissieautoriteit.
e. de P&O-aangelegenheden: de aangelegenheden op het gebied van personeel, organisatie en formatie en het daarmee samenhangende budget;
f. BBRA:Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984;
g. het ARAR: het Algemeen Rijksambtenarenreglement.
a. de minister: de Minister van Economische Zaken en Klimaat;
b. de secretaris-generaal: de secretaris-generaal van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat;
c. de plaatsvervangend secretaris-generaal: de plaatsvervangend secretaris-generaal van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat;
d. de hoofden van dienst: 1°. de directeur-generaal van Bedrijfsleven en Innovatie;
2°. de directeur-generaal van Energie, Telecom en Mededinging;
3°. de directeur Algemene Economische Politiek;
4°. de directeur Bedrijfsvoering;
5°. de directeur Bureau Bestuursraad;
6°. de directeur Communicatie;
7°. de directeur Europese en Internationale Zaken;
8°. de directeur Financieel-Economische Zaken;
9°. de directeur Wetgeving en Juridische Zaken;
10°. de Nationaal Coördinator Groningen;
11°. de directeur van het Centraal Planbureau;
12°. de algemeen directeur van de Dienst ICT Uitvoering;
13°. de inspecteur-generaal der mijnen;
14°. de algemeen directeur Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;
15°. de directeur-hoofdinspecteur van het Agentschap Telecom;
16°. de directeur van de Dienst Nederlandse Emissieautoriteit.
1°. de directeur-generaal van Bedrijfsleven en Innovatie;
2°. de directeur-generaal van Energie, Telecom en Mededinging;
3°. de directeur Algemene Economische Politiek;
4°. de directeur Bedrijfsvoering;
5°. de directeur Bureau Bestuursraad;
6°. de directeur Communicatie;
7°. de directeur Europese en Internationale Zaken;
8°. de directeur Financieel-Economische Zaken;
9°. de directeur Wetgeving en Juridische Zaken;
10°. de Nationaal Coördinator Groningen;
11°. de directeur van het Centraal Planbureau;
12°. de algemeen directeur van de Dienst ICT Uitvoering;
13°. de inspecteur-generaal der mijnen;
14°. de algemeen directeur Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;
15°. de directeur-hoofdinspecteur van het Agentschap Telecom;
16°. de directeur van de Dienst Nederlandse Emissieautoriteit.
e. de P&O-aangelegenheden: de aangelegenheden op het gebied van personeel, organisatie en formatie en het daarmee samenhangende budget;
f. BBRA:Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984;
g. het ARAR: het Algemeen Rijksambtenarenreglement.