BWBR0040201
Geldig vanaf 2018-07-05
Artikel 13
Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZK 2017
1. Aan de inspecteur-generaal der mijnen wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met:
a. de artikelen 50, en 51, derde lid, van de Mijnbouwwet;
b. de artikelen 22, 30, 35, derde lid, 51, vijfde lid, 85, 88, tweede lid, 90, 91, 97, 99, derde en vierde lid, 101, 104, tweede en derde lid, 111, tweede lid, 112, tweede lid, 113, tweede lid, en 161a, vierde lid, van het Mijnbouwbesluit;
c. de Mijnbouwregeling, met uitzondering van de vergunningen bedoeld in paragraaf 1.3 en paragraaf 1.4;
d. de artikelen 5.2, 5.14, 5.15, 5.16, 5.17, 5.18, 5.21, 5.22 en 5.23 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
e. artikel 6.14 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming;
f. de artikelen 8.3, derde lid en 8.4, tweede lid, van het Bouwbesluit 2012;
g. de artikelen 27 en 28 van de Wet windenergie op zee;
h. de artikelen 17.3, eerste en tweede lid, 17.4, 17.10, eerste en tweede lid, 17.12, vierde, vijfde en zesde lid, 18.2, 18.2b, tweede lid, en 18.2g van de Wet Milieubeheer met betrekking tot een inrichting of een mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 3.3, vierde lid, onderdeel a, respectievelijk onderdeel b, van het Besluit omgevingsrecht.
2. Aan de inspecteur-generaal der mijnen wordt tevens mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het behandelen van niet op personeelsaangelegenheden betrekking hebbende bezwaar- en beroepschriften, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften en het instellen van (hoger) beroep, tegen besluiten die in mandaat zijn genomen of behandeld door hem of door onder hem ressorterende medewerkers.
a. de artikelen 50, en 51, derde lid, van de Mijnbouwwet;
b. de artikelen 22, 30, 35, derde lid, 51, vijfde lid, 85, 88, tweede lid, 90, 91, 97, 99, derde en vierde lid, 101, 104, tweede en derde lid, 111, tweede lid, 112, tweede lid, 113, tweede lid, en 161a, vierde lid, van het Mijnbouwbesluit;
c. de Mijnbouwregeling, met uitzondering van de vergunningen bedoeld in paragraaf 1.3 en paragraaf 1.4;
d. de artikelen 5.2, 5.14, 5.15, 5.16, 5.17, 5.18, 5.21, 5.22 en 5.23 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
e. artikel 6.14 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming;
f. de artikelen 8.3, derde lid en 8.4, tweede lid, van het Bouwbesluit 2012;
g. de artikelen 27 en 28 van de Wet windenergie op zee;
h. de artikelen 17.3, eerste en tweede lid, 17.4, 17.10, eerste en tweede lid, 17.12, vierde, vijfde en zesde lid, 18.2, 18.2b, tweede lid, en 18.2g van de Wet Milieubeheer met betrekking tot een inrichting of een mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 3.3, vierde lid, onderdeel a, respectievelijk onderdeel b, van het Besluit omgevingsrecht.
2. Aan de inspecteur-generaal der mijnen wordt tevens mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het behandelen van niet op personeelsaangelegenheden betrekking hebbende bezwaar- en beroepschriften, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften en het instellen van (hoger) beroep, tegen besluiten die in mandaat zijn genomen of behandeld door hem of door onder hem ressorterende medewerkers.