BWBR0040201
Geldig vanaf 2018-07-05
Artikel 10
Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZK 2017
Aan de directeur Bedrijfsvoering wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen ten aanzien van medewerkers voor wie salarisschaal 1 tot en met 14 van bijlage B van het BBRAgeldt, betreffende:
a. beslissingen op bezwaarschriften inzake personeelsaangelegenheden met uitzondering van de beslissingen op bezwaarschriften tegen besluiten die in mandaat zijn genomen door hem of door hem aangewezen ambtenaren;
b. het verlenen van buitengewoon verlof ten behoeve van het vervullen van een functie bij een internationale volkenrechtelijke organisatie op grond van artikel 34 van het ARAR;
c. het toekennen van een terugkeergarantie op grond van sociaal flankerend beleid;
d. het toekennen van financiële tegemoetkomingen op grond van sociaal flankerend beleid;
e. het toekennen van schadeloosstellingen boven een bedrag van € 10.000 op grond van artikel 69 van het ARAR;
f. het opleggen van disciplinaire straffen op grond van artikel 81 van het ARAR;
g. het verminderen van bezoldiging tijdens schorsing op basis van artikel 92 van het ARAR;
h. het verlenen van ontslag op grond van artikel 99 van het ARAR en het verlenen van ontslag in combinatie met een financiële regeling.
a. beslissingen op bezwaarschriften inzake personeelsaangelegenheden met uitzondering van de beslissingen op bezwaarschriften tegen besluiten die in mandaat zijn genomen door hem of door hem aangewezen ambtenaren;
b. het verlenen van buitengewoon verlof ten behoeve van het vervullen van een functie bij een internationale volkenrechtelijke organisatie op grond van artikel 34 van het ARAR;
c. het toekennen van een terugkeergarantie op grond van sociaal flankerend beleid;
d. het toekennen van financiële tegemoetkomingen op grond van sociaal flankerend beleid;
e. het toekennen van schadeloosstellingen boven een bedrag van € 10.000 op grond van artikel 69 van het ARAR;
f. het opleggen van disciplinaire straffen op grond van artikel 81 van het ARAR;
g. het verminderen van bezoldiging tijdens schorsing op basis van artikel 92 van het ARAR;
h. het verlenen van ontslag op grond van artikel 99 van het ARAR en het verlenen van ontslag in combinatie met een financiële regeling.