BWBR0040182
Geldig vanaf 2017-11-10
Artikel 7
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit OBP 2017
Het hoofd van de afdeling Strategieontwikkeling, Control en Informatie is verantwoordelijk voor:
a. het adviseren over de strategische bedrijfsvoering, managementinformatie en inkoop mede op basis van de Rijksbrede kaders;
b. het kenbaar maken van de kaders op de aandachtsgebieden van de afdeling;
c. het gevraagd en ongevraagd advies geven over de kwaliteit en de planning van werkprocessen van de directie;
d. het opstellen en het monitoren van de uitvoering van het jaarplan van de directie;
e. het coördineren en beschikbaar stellen van managementinformatie voor het ministerie;
f. het voeren van het directiesecretariaat voor het managementteam van de directie;
g. het beheren van intranet voor de directie en directie CIO-office, Informatie voor Beleid en Bedrijfsvoering en Veiligheid;
h. het adviseren van de CDI en het management van het ministerie over het opschorten of bijsturen van grote of risicovolle aanbestedingen;
i. het uitvoeren van de taken van de CDI, inhoudende: 1°. het zorgdragen voor kaders en handreikingen voor het ministerie ten behoeve van de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden en verduidelijking daarvan op het terrein van inkoop;
2°. het zorgdragen voor kaders en handreikingen voor de rechtmatige en de doelmatige inkoop door het ministerie;
3°. het in samenspraak met behoeftestellers, opdrachtgevers en beleidsmakers creëren van draagvlak binnen het ministerie ten behoeve van de realisatie van rijksbrede beleidsdoelstellingen met behulp van inkoopinstrumenten;
4°. het vooraf beoordelen van grote of risicovolle inkooptrajecten, en toezicht houden op aanwezigheid van voldoende controle op de inkoopuitvoering bij het beoordelen van deze inkooptrajecten;
5°. het maken van risico-analyses over inkoop en over de opvolging van bevindingen van de Auditdienst Rijk en de Algemene Rekenkamer over inkoop;
6°. het intern adviseren over de inrichting van de inkoopfunctie en over inkoopsystemen;
7°. het monitoren van de naleving van de vastgestelde rijksbrede kaders en de departementale kaders;
8°. het namens het lid van de Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijksdienst dat eigenaar van de categorie is, zorgdragen voor het monitoren van de realisatie van het categorieplan, onderscheidenlijk de categorieplannen, waarvoor het ministerie verantwoordelijk is, inclusief de afgesproken rapportages;
9°. het interveniëren en escaleren naar het bevoegd gezag indien de voornoemde kaders niet worden nageleefd;
10°. het bevorderen van de professionaliteit en de professionele integriteit van de inkoop binnen het ministerie;
11°. het adviseren over politiek bestuurlijke kwesties en de concept beantwoording van vragen van de Tweede Kamer der Staten-Generaal in het verlengde van hetgeen waar de Minister politiek verantwoordelijk voor is;
12°. het houden van toezicht op welke wijze de departementale inkooppunten navolging geven aan de vastgestelde kaders;
13°. het maken van afspraken met de Chief Procurement Officer Rijk over de toepasselijkheid van kaderstelling vanuit het Rijksinkoopstelsel op Specifieke Inkoopcentra of dienstspecifieke inkoop;
14°. het informeren van de Chief Procurement Officer Rijk wanneer een media- of politiek gevoelige situatie speelt of wordt voorzien die raakt aan de stelselverantwoordelijkheid van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
15°. het informeren van de Chief Procurement Officer Rijk over trendmatige afwijkingen van de toepassing van rijksbrede kaders. Het optimaliseren van de werking van het Rijksinkoopstelsel in het ministerie op het terrein van de generieke inkoop;
16°. het optimaliseren van de werking van het Rijksinkoopstelsel in interdepartementaal verband door een actieve bijdrage in de Interdepartementale Commissie Inkopen en Aanbesteden en andere relevante inkoopoverleggen;
17°. het voorleggen van meningsverschillen met een Inkoop Uitvoeringscentrum of opdrachtgever aan het departementale bevoegd gezag. Indien een Inkoop Uitvoeringscentrum of opdrachtgever onder een ander departement valt, het voorleggen via de CDI van het departement waar het Inkoop Uitvoeringscentrum of de opdrachtgever deel van uitmaakt. Als de bemiddeling op CDI-niveau niet leidt tot een oplossing: het voorleggen van de betreffende kwestie aan de Chief Procurement Officer Rijk voor een bindende uitspraak;
18°. het benoemen van dan wel adviseren bij de selectie en benoeming van hoofden Inkoop Uitvoeringscentrum en Specifieke Inkoopcentrum en categorie-managers, Strategisch Leveranciers-managers en Software Asset-managers;
19°. het adviseren bij de selectie en benoeming van de Chief Procurement Officer Rijk;
1°. het zorgdragen voor kaders en handreikingen voor het ministerie ten behoeve van de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden en verduidelijking daarvan op het terrein van inkoop;
2°. het zorgdragen voor kaders en handreikingen voor de rechtmatige en de doelmatige inkoop door het ministerie;
3°. het in samenspraak met behoeftestellers, opdrachtgevers en beleidsmakers creëren van draagvlak binnen het ministerie ten behoeve van de realisatie van rijksbrede beleidsdoelstellingen met behulp van inkoopinstrumenten;
4°. het vooraf beoordelen van grote of risicovolle inkooptrajecten, en toezicht houden op aanwezigheid van voldoende controle op de inkoopuitvoering bij het beoordelen van deze inkooptrajecten;
5°. het maken van risico-analyses over inkoop en over de opvolging van bevindingen van de Auditdienst Rijk en de Algemene Rekenkamer over inkoop;
6°. het intern adviseren over de inrichting van de inkoopfunctie en over inkoopsystemen;
7°. het monitoren van de naleving van de vastgestelde rijksbrede kaders en de departementale kaders;
8°. het namens het lid van de Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijksdienst dat eigenaar van de categorie is, zorgdragen voor het monitoren van de realisatie van het categorieplan, onderscheidenlijk de categorieplannen, waarvoor het ministerie verantwoordelijk is, inclusief de afgesproken rapportages;
9°. het interveniëren en escaleren naar het bevoegd gezag indien de voornoemde kaders niet worden nageleefd;
10°. het bevorderen van de professionaliteit en de professionele integriteit van de inkoop binnen het ministerie;
11°. het adviseren over politiek bestuurlijke kwesties en de concept beantwoording van vragen van de Tweede Kamer der Staten-Generaal in het verlengde van hetgeen waar de Minister politiek verantwoordelijk voor is;
12°. het houden van toezicht op welke wijze de departementale inkooppunten navolging geven aan de vastgestelde kaders;
13°. het maken van afspraken met de Chief Procurement Officer Rijk over de toepasselijkheid van kaderstelling vanuit het Rijksinkoopstelsel op Specifieke Inkoopcentra of dienstspecifieke inkoop;
14°. het informeren van de Chief Procurement Officer Rijk wanneer een media- of politiek gevoelige situatie speelt of wordt voorzien die raakt aan de stelselverantwoordelijkheid van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
15°. het informeren van de Chief Procurement Officer Rijk over trendmatige afwijkingen van de toepassing van rijksbrede kaders. Het optimaliseren van de werking van het Rijksinkoopstelsel in het ministerie op het terrein van de generieke inkoop;
16°. het optimaliseren van de werking van het Rijksinkoopstelsel in interdepartementaal verband door een actieve bijdrage in de Interdepartementale Commissie Inkopen en Aanbesteden en andere relevante inkoopoverleggen;
17°. het voorleggen van meningsverschillen met een Inkoop Uitvoeringscentrum of opdrachtgever aan het departementale bevoegd gezag. Indien een Inkoop Uitvoeringscentrum of opdrachtgever onder een ander departement valt, het voorleggen via de CDI van het departement waar het Inkoop Uitvoeringscentrum of de opdrachtgever deel van uitmaakt. Als de bemiddeling op CDI-niveau niet leidt tot een oplossing: het voorleggen van de betreffende kwestie aan de Chief Procurement Officer Rijk voor een bindende uitspraak;
18°. het benoemen van dan wel adviseren bij de selectie en benoeming van hoofden Inkoop Uitvoeringscentrum en Specifieke Inkoopcentrum en categorie-managers, Strategisch Leveranciers-managers en Software Asset-managers;
19°. het adviseren bij de selectie en benoeming van de Chief Procurement Officer Rijk;
j. het houden van toezicht op de naleving van geldende wetgeving en de rijksbrede en departementale kaders en regelingen op de aandachtsgebieden van de afdeling.
a. het adviseren over de strategische bedrijfsvoering, managementinformatie en inkoop mede op basis van de Rijksbrede kaders;
b. het kenbaar maken van de kaders op de aandachtsgebieden van de afdeling;
c. het gevraagd en ongevraagd advies geven over de kwaliteit en de planning van werkprocessen van de directie;
d. het opstellen en het monitoren van de uitvoering van het jaarplan van de directie;
e. het coördineren en beschikbaar stellen van managementinformatie voor het ministerie;
f. het voeren van het directiesecretariaat voor het managementteam van de directie;
g. het beheren van intranet voor de directie en directie CIO-office, Informatie voor Beleid en Bedrijfsvoering en Veiligheid;
h. het adviseren van de CDI en het management van het ministerie over het opschorten of bijsturen van grote of risicovolle aanbestedingen;
i. het uitvoeren van de taken van de CDI, inhoudende: 1°. het zorgdragen voor kaders en handreikingen voor het ministerie ten behoeve van de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden en verduidelijking daarvan op het terrein van inkoop;
2°. het zorgdragen voor kaders en handreikingen voor de rechtmatige en de doelmatige inkoop door het ministerie;
3°. het in samenspraak met behoeftestellers, opdrachtgevers en beleidsmakers creëren van draagvlak binnen het ministerie ten behoeve van de realisatie van rijksbrede beleidsdoelstellingen met behulp van inkoopinstrumenten;
4°. het vooraf beoordelen van grote of risicovolle inkooptrajecten, en toezicht houden op aanwezigheid van voldoende controle op de inkoopuitvoering bij het beoordelen van deze inkooptrajecten;
5°. het maken van risico-analyses over inkoop en over de opvolging van bevindingen van de Auditdienst Rijk en de Algemene Rekenkamer over inkoop;
6°. het intern adviseren over de inrichting van de inkoopfunctie en over inkoopsystemen;
7°. het monitoren van de naleving van de vastgestelde rijksbrede kaders en de departementale kaders;
8°. het namens het lid van de Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijksdienst dat eigenaar van de categorie is, zorgdragen voor het monitoren van de realisatie van het categorieplan, onderscheidenlijk de categorieplannen, waarvoor het ministerie verantwoordelijk is, inclusief de afgesproken rapportages;
9°. het interveniëren en escaleren naar het bevoegd gezag indien de voornoemde kaders niet worden nageleefd;
10°. het bevorderen van de professionaliteit en de professionele integriteit van de inkoop binnen het ministerie;
11°. het adviseren over politiek bestuurlijke kwesties en de concept beantwoording van vragen van de Tweede Kamer der Staten-Generaal in het verlengde van hetgeen waar de Minister politiek verantwoordelijk voor is;
12°. het houden van toezicht op welke wijze de departementale inkooppunten navolging geven aan de vastgestelde kaders;
13°. het maken van afspraken met de Chief Procurement Officer Rijk over de toepasselijkheid van kaderstelling vanuit het Rijksinkoopstelsel op Specifieke Inkoopcentra of dienstspecifieke inkoop;
14°. het informeren van de Chief Procurement Officer Rijk wanneer een media- of politiek gevoelige situatie speelt of wordt voorzien die raakt aan de stelselverantwoordelijkheid van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
15°. het informeren van de Chief Procurement Officer Rijk over trendmatige afwijkingen van de toepassing van rijksbrede kaders. Het optimaliseren van de werking van het Rijksinkoopstelsel in het ministerie op het terrein van de generieke inkoop;
16°. het optimaliseren van de werking van het Rijksinkoopstelsel in interdepartementaal verband door een actieve bijdrage in de Interdepartementale Commissie Inkopen en Aanbesteden en andere relevante inkoopoverleggen;
17°. het voorleggen van meningsverschillen met een Inkoop Uitvoeringscentrum of opdrachtgever aan het departementale bevoegd gezag. Indien een Inkoop Uitvoeringscentrum of opdrachtgever onder een ander departement valt, het voorleggen via de CDI van het departement waar het Inkoop Uitvoeringscentrum of de opdrachtgever deel van uitmaakt. Als de bemiddeling op CDI-niveau niet leidt tot een oplossing: het voorleggen van de betreffende kwestie aan de Chief Procurement Officer Rijk voor een bindende uitspraak;
18°. het benoemen van dan wel adviseren bij de selectie en benoeming van hoofden Inkoop Uitvoeringscentrum en Specifieke Inkoopcentrum en categorie-managers, Strategisch Leveranciers-managers en Software Asset-managers;
19°. het adviseren bij de selectie en benoeming van de Chief Procurement Officer Rijk;
1°. het zorgdragen voor kaders en handreikingen voor het ministerie ten behoeve van de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden en verduidelijking daarvan op het terrein van inkoop;
2°. het zorgdragen voor kaders en handreikingen voor de rechtmatige en de doelmatige inkoop door het ministerie;
3°. het in samenspraak met behoeftestellers, opdrachtgevers en beleidsmakers creëren van draagvlak binnen het ministerie ten behoeve van de realisatie van rijksbrede beleidsdoelstellingen met behulp van inkoopinstrumenten;
4°. het vooraf beoordelen van grote of risicovolle inkooptrajecten, en toezicht houden op aanwezigheid van voldoende controle op de inkoopuitvoering bij het beoordelen van deze inkooptrajecten;
5°. het maken van risico-analyses over inkoop en over de opvolging van bevindingen van de Auditdienst Rijk en de Algemene Rekenkamer over inkoop;
6°. het intern adviseren over de inrichting van de inkoopfunctie en over inkoopsystemen;
7°. het monitoren van de naleving van de vastgestelde rijksbrede kaders en de departementale kaders;
8°. het namens het lid van de Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijksdienst dat eigenaar van de categorie is, zorgdragen voor het monitoren van de realisatie van het categorieplan, onderscheidenlijk de categorieplannen, waarvoor het ministerie verantwoordelijk is, inclusief de afgesproken rapportages;
9°. het interveniëren en escaleren naar het bevoegd gezag indien de voornoemde kaders niet worden nageleefd;
10°. het bevorderen van de professionaliteit en de professionele integriteit van de inkoop binnen het ministerie;
11°. het adviseren over politiek bestuurlijke kwesties en de concept beantwoording van vragen van de Tweede Kamer der Staten-Generaal in het verlengde van hetgeen waar de Minister politiek verantwoordelijk voor is;
12°. het houden van toezicht op welke wijze de departementale inkooppunten navolging geven aan de vastgestelde kaders;
13°. het maken van afspraken met de Chief Procurement Officer Rijk over de toepasselijkheid van kaderstelling vanuit het Rijksinkoopstelsel op Specifieke Inkoopcentra of dienstspecifieke inkoop;
14°. het informeren van de Chief Procurement Officer Rijk wanneer een media- of politiek gevoelige situatie speelt of wordt voorzien die raakt aan de stelselverantwoordelijkheid van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
15°. het informeren van de Chief Procurement Officer Rijk over trendmatige afwijkingen van de toepassing van rijksbrede kaders. Het optimaliseren van de werking van het Rijksinkoopstelsel in het ministerie op het terrein van de generieke inkoop;
16°. het optimaliseren van de werking van het Rijksinkoopstelsel in interdepartementaal verband door een actieve bijdrage in de Interdepartementale Commissie Inkopen en Aanbesteden en andere relevante inkoopoverleggen;
17°. het voorleggen van meningsverschillen met een Inkoop Uitvoeringscentrum of opdrachtgever aan het departementale bevoegd gezag. Indien een Inkoop Uitvoeringscentrum of opdrachtgever onder een ander departement valt, het voorleggen via de CDI van het departement waar het Inkoop Uitvoeringscentrum of de opdrachtgever deel van uitmaakt. Als de bemiddeling op CDI-niveau niet leidt tot een oplossing: het voorleggen van de betreffende kwestie aan de Chief Procurement Officer Rijk voor een bindende uitspraak;
18°. het benoemen van dan wel adviseren bij de selectie en benoeming van hoofden Inkoop Uitvoeringscentrum en Specifieke Inkoopcentrum en categorie-managers, Strategisch Leveranciers-managers en Software Asset-managers;
19°. het adviseren bij de selectie en benoeming van de Chief Procurement Officer Rijk;
j. het houden van toezicht op de naleving van geldende wetgeving en de rijksbrede en departementale kaders en regelingen op de aandachtsgebieden van de afdeling.