BWBR0040113
Geldig vanaf 2017-01-01
Artikel 8
Regeling innovatieve windenergie op zee
1. In afwijking van artikel 60, eerste lid, van het besluit, rangschikt de minister de aanvragen waarop niet met toepassing van artikel 59 van het besluitof artikel 6afwijzend wordt beslist hoger naarmate daaraan in totaal meer punten zijn toegekend.
2. De minister kent aan een aanvraag een hoger aantal punten toe naarmate:
a. het project meer bijdraagt aan de kostprijsreductie van windenergie op zee;
b. de mogelijke bijdrage van het project aan de Nederlandse economie groter is;
c. het project vernieuwender is ten opzichte van de internationale stand van onderzoek of techniek en de Nederlandse kennispositie meer wordt versterkt;
d. de kwaliteit van het project beter is, blijkend uit de uitwerking van aanpak en methodiek, de omgang met risico’s, de uitvoerbaarheid, de deelnemende partijen en de mate waarin de beschikbare middelen effectiever en efficiënter worden ingezet.
3. De minister kent per rangschikkingscriterium ten minste één en ten hoogste 5 punten toe.
4. Een subsidie wordt geweigerd voor zover door verstrekking van de subsidie aan meer dan één producent subsidie zou worden verstrekt.
5. Indien meerdere aanvragen gelijk zijn gerangschikt, stelt de minister de onderlinge rangschikking van deze aanvragen vast op basis van de hoogte van de door de desbetreffende aanvragers gevraagde subsidie voor de kosten, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, waarbij een aanvraag hoger wordt gerangschikt naarmate de gevraagde subsidie voor deze kosten, exclusief een verhoging als bedoeld in artikel 18, vierde of vijfde lid, lager is. Indien op basis hiervan meerdere aanvragen gelijk zijn gerangschikt, stelt de minister de onderlinge rangschikking vast door middel van loting.
2. De minister kent aan een aanvraag een hoger aantal punten toe naarmate:
a. het project meer bijdraagt aan de kostprijsreductie van windenergie op zee;
b. de mogelijke bijdrage van het project aan de Nederlandse economie groter is;
c. het project vernieuwender is ten opzichte van de internationale stand van onderzoek of techniek en de Nederlandse kennispositie meer wordt versterkt;
d. de kwaliteit van het project beter is, blijkend uit de uitwerking van aanpak en methodiek, de omgang met risico’s, de uitvoerbaarheid, de deelnemende partijen en de mate waarin de beschikbare middelen effectiever en efficiënter worden ingezet.
3. De minister kent per rangschikkingscriterium ten minste één en ten hoogste 5 punten toe.
4. Een subsidie wordt geweigerd voor zover door verstrekking van de subsidie aan meer dan één producent subsidie zou worden verstrekt.
5. Indien meerdere aanvragen gelijk zijn gerangschikt, stelt de minister de onderlinge rangschikking van deze aanvragen vast op basis van de hoogte van de door de desbetreffende aanvragers gevraagde subsidie voor de kosten, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, waarbij een aanvraag hoger wordt gerangschikt naarmate de gevraagde subsidie voor deze kosten, exclusief een verhoging als bedoeld in artikel 18, vierde of vijfde lid, lager is. Indien op basis hiervan meerdere aanvragen gelijk zijn gerangschikt, stelt de minister de onderlinge rangschikking vast door middel van loting.