BWBR0039896
Geldig vanaf 2017-09-01
Artikel 60
Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017
1. De diensten zijn bevoegd om geautomatiseerde data-analyse toe te passen met betrekking tot:
a. gegevens uit eigen geautomatiseerde gegevensbestanden,
b. gegevens uit voor een ieder toegankelijke informatiebronnen,
c. gegevens uit geautomatiseerde gegevensbestanden waartoe de diensten rechtstreeks geautomatiseerde toegang hebben, en
d. gegevens uit door derden verstrekte geautomatiseerde gegevensbestanden.
2. Ten behoeve van de verwerking van de gegevens als bedoeld in het eerste lid kunnen de gegevens in ieder geval:
a. op geautomatiseerde wijze onderling met elkaar worden vergeleken, dan wel in combinatie met elkaar worden vergeleken,
b. worden doorzocht aan de hand van profielen, en
c. worden vergeleken met het oog op het opsporen van bepaalde patronen.
3. Het bevorderen of treffen van maatregelen jegens een persoon uitsluitend op basis van de resultaten van een gegevensverwerking als bedoeld in het tweede lid is niet toegestaan.
a. gegevens uit eigen geautomatiseerde gegevensbestanden,
b. gegevens uit voor een ieder toegankelijke informatiebronnen,
c. gegevens uit geautomatiseerde gegevensbestanden waartoe de diensten rechtstreeks geautomatiseerde toegang hebben, en
d. gegevens uit door derden verstrekte geautomatiseerde gegevensbestanden.
2. Ten behoeve van de verwerking van de gegevens als bedoeld in het eerste lid kunnen de gegevens in ieder geval:
a. op geautomatiseerde wijze onderling met elkaar worden vergeleken, dan wel in combinatie met elkaar worden vergeleken,
b. worden doorzocht aan de hand van profielen, en
c. worden vergeleken met het oog op het opsporen van bepaalde patronen.
3. Het bevorderen of treffen van maatregelen jegens een persoon uitsluitend op basis van de resultaten van een gegevensverwerking als bedoeld in het tweede lid is niet toegestaan.