BWBR0039896
Geldig vanaf 2017-09-01
Artikel 3
Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017
1. Onze betrokken Ministers plegen regelmatig onderling overleg over hun beleid betreffende de diensten en de coördinatie van dat beleid.
2. Voor zover het overleg, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft op de wijze waarop door de diensten invulling wordt gegeven aan de taken als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder a en d, en artikel 10, tweede lid, onder a, c en e, worden bij het overleg ook Onze Ministers van Buitenlandse Zaken en van Veiligheid en Justitie betrokken.
3. Andere dan Onze betrokken Ministers worden voor deelname aan het overleg uitgenodigd, indien dit, gelet op de door hen te behartigen belangen, noodzakelijk is.
2. Voor zover het overleg, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft op de wijze waarop door de diensten invulling wordt gegeven aan de taken als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder a en d, en artikel 10, tweede lid, onder a, c en e, worden bij het overleg ook Onze Ministers van Buitenlandse Zaken en van Veiligheid en Justitie betrokken.
3. Andere dan Onze betrokken Ministers worden voor deelname aan het overleg uitgenodigd, indien dit, gelet op de door hen te behartigen belangen, noodzakelijk is.