BWBR0039605
Geldig vanaf 2017-05-25
Artikel 8
Regeling bijzondere bekostiging bij fusie en opheffing van scholen in het primair onderwijs en beleidsregel interpretatie samenvoeging in WPO en WEC
1. Het bevoegd gezag van een basisschool waar sprake is van een vrijwillige opheffing van deze school op 1 augustus van een van de jaren 2017 tot en met 2022, ontvangt voor het schooljaar na deze opheffing bijzondere bekostiging.
2. Onder een vrijwillige opheffing, als bedoeld in dit artikel, wordt verstaan een opheffing van een basisschool waarvoor geldt dat:
a. de opheffing niet voortvloeit uit een besluit, als bedoeld in artikel 164b, eerste lid, van de WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022, en
b. de opheffing geen onderdeel uitmaakt van een samenvoeging als bedoeld in artikel 121, derde lid, en artikel 134, negende lid, van de WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022, en
c. de school op het moment van opheffing ten minste 6 schooljaren wordt bekostigd, en
d. het aantal leerlingen van de hoofdvestiging van de opgeheven school, berekend overeenkomstig artikel 152 van de WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022, op de laatste teldatum direct voorafgaande aan de opheffing niet minder bedraagt dan de voor de gemeente of het deel van de gemeente waarin de hoofdvestiging van die school is gelegen geldende opheffingsnorm bedoeld in artikel 154 van de WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022, en
e. het bevoegd gezag van die school, of een ander bevoegd gezag waarmee het een samenwerkingsovereenkomst bedoeld in artikel 157, derde lid, van de WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022 is aangegaan, voor het schooljaar direct voorafgaande aan de opheffing dan wel voor het eerste schooljaar na de opheffing, voor één of meer van zijn scholen geen gebruik maakt van de in artikel 157 van de WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022 opgenomen mogelijkheid tot afwijking van artikel 153 van de WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022, en
f. het bevoegd gezag van de opgeheven school na deze opheffing bevoegd gezag blijft van ten minste één andere basisschool.
3. De bijzondere bekostiging bedoeld in het eerste lid wordt berekend overeenkomstig artikel 9.
2. Onder een vrijwillige opheffing, als bedoeld in dit artikel, wordt verstaan een opheffing van een basisschool waarvoor geldt dat:
a. de opheffing niet voortvloeit uit een besluit, als bedoeld in artikel 164b, eerste lid, van de WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022, en
b. de opheffing geen onderdeel uitmaakt van een samenvoeging als bedoeld in artikel 121, derde lid, en artikel 134, negende lid, van de WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022, en
c. de school op het moment van opheffing ten minste 6 schooljaren wordt bekostigd, en
d. het aantal leerlingen van de hoofdvestiging van de opgeheven school, berekend overeenkomstig artikel 152 van de WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022, op de laatste teldatum direct voorafgaande aan de opheffing niet minder bedraagt dan de voor de gemeente of het deel van de gemeente waarin de hoofdvestiging van die school is gelegen geldende opheffingsnorm bedoeld in artikel 154 van de WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022, en
e. het bevoegd gezag van die school, of een ander bevoegd gezag waarmee het een samenwerkingsovereenkomst bedoeld in artikel 157, derde lid, van de WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022 is aangegaan, voor het schooljaar direct voorafgaande aan de opheffing dan wel voor het eerste schooljaar na de opheffing, voor één of meer van zijn scholen geen gebruik maakt van de in artikel 157 van de WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022 opgenomen mogelijkheid tot afwijking van artikel 153 van de WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022, en
f. het bevoegd gezag van de opgeheven school na deze opheffing bevoegd gezag blijft van ten minste één andere basisschool.
3. De bijzondere bekostiging bedoeld in het eerste lid wordt berekend overeenkomstig artikel 9.