BWBR0039605
Geldig vanaf 2017-05-25
Artikel 15
Regeling bijzondere bekostiging bij fusie en opheffing van scholen in het primair onderwijs en beleidsregel interpretatie samenvoeging in WPO en WEC
1. Het bevoegd gezag van een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs die op 1 augustus van een van de jaren 2017 tot en met 2022 is ontstaan uit een fusie van twee of meer scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs waarbij sprake is van substantiële fusie-instroom, ontvangt voor het eerste tot en met zesde schooljaar na deze fusie bijzondere bekostiging voor personeelskosten van leraren en die van de schoolleiding.
2. De bijzondere bekostiging voor het eerste schooljaar na de fusie wordt berekend overeenkomstig artikel 17.
3. De bijzondere bekostiging voor het tweede tot en met zesde schooljaar na de fusie wordt berekend overeenkomstig artikel 17en telkens per schooljaar aangepast aan de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs.
4. Indien een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs die is ontstaan uit een fusie als bedoeld in het eerste lid binnen 6 jaar na deze fusie onderdeel uitmaakt van een fusie waarvoor op grond van dit artikel dan wel op grond van artikel 18bijzondere bekostiging wordt verstrekt, dan vervalt vanaf het moment van laatstbedoelde fusie de eerdere aanspraak op bijzondere bekostiging op grond van dit artikel.
5. Dit artikel is niet van toepassing op een fusie van scholen waarbij één of meer van de scholen die onderdeel uitmaken van de fusie op het moment van deze fusie minder dan 6 schooljaren worden bekostigd.
2. De bijzondere bekostiging voor het eerste schooljaar na de fusie wordt berekend overeenkomstig artikel 17.
3. De bijzondere bekostiging voor het tweede tot en met zesde schooljaar na de fusie wordt berekend overeenkomstig artikel 17en telkens per schooljaar aangepast aan de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs.
4. Indien een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs die is ontstaan uit een fusie als bedoeld in het eerste lid binnen 6 jaar na deze fusie onderdeel uitmaakt van een fusie waarvoor op grond van dit artikel dan wel op grond van artikel 18bijzondere bekostiging wordt verstrekt, dan vervalt vanaf het moment van laatstbedoelde fusie de eerdere aanspraak op bijzondere bekostiging op grond van dit artikel.
5. Dit artikel is niet van toepassing op een fusie van scholen waarbij één of meer van de scholen die onderdeel uitmaken van de fusie op het moment van deze fusie minder dan 6 schooljaren worden bekostigd.