BWBR0039480
Geldig vanaf 2018-10-27
Artikel 17
Gemeenschappelijke regeling Het Utrechts Archief
1. De voor de uitvoering van deze regeling ter beschikking te stellen middelen worden verschaft door de Minister, de provincie en de gemeente, door het verstrekken van jaarlijkse bijdragen, op basis van de begroting.
2. De Minister, gedeputeerde staten en het college dragen er zorg voor dat het openbaar lichaam te allen tijde beschikt over voldoende middelen om zijn verplichtingen te voldoen. Dit met inachtneming van het zevende lid.
3. De bijdrage van de Minister kan jaarlijks worden aangepast in verband met de ontwikkeling van lonen of prijzen met een percentage, zoals dit in voorkomend geval door de Minister in de loop van het begrotingsjaar voor het geheel van zijn bijdrage wordt vastgesteld. De provincie en de gemeenten volgen in deze de Minister in de aanpassing van zijn bijdrage.
4. Het Utrechts Archief kan bij de vaststelling van de begroting een percentage opnemen als voorlopige raming van het door de Minister, gedeputeerde staten en het college vast te stellen percentage als bedoeld in het derde lid.
5. Bij de start van Het Utrechts Archief en voor de uitvoering van deze regeling kunnen door de verschillende partners vermogensbestanddelen worden ingebracht waarover nadere afspraken gemaakt worden.
6. De bijdrage wordt verleend onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
7. Indien de Minister, gedeputeerde staten of het college een bijzondere taak opdraagt als bedoeld in artikel 2b, eerste lid, onder e, waarvan de kosten niet zijn op te vangen in de begroting, wordt daarvoor door de Minister, gedeputeerde staten of het college in aanvulling op de jaarlijkse bijdrage een tevoren overeengekomen vergoeding betaald.
2. De Minister, gedeputeerde staten en het college dragen er zorg voor dat het openbaar lichaam te allen tijde beschikt over voldoende middelen om zijn verplichtingen te voldoen. Dit met inachtneming van het zevende lid.
3. De bijdrage van de Minister kan jaarlijks worden aangepast in verband met de ontwikkeling van lonen of prijzen met een percentage, zoals dit in voorkomend geval door de Minister in de loop van het begrotingsjaar voor het geheel van zijn bijdrage wordt vastgesteld. De provincie en de gemeenten volgen in deze de Minister in de aanpassing van zijn bijdrage.
4. Het Utrechts Archief kan bij de vaststelling van de begroting een percentage opnemen als voorlopige raming van het door de Minister, gedeputeerde staten en het college vast te stellen percentage als bedoeld in het derde lid.
5. Bij de start van Het Utrechts Archief en voor de uitvoering van deze regeling kunnen door de verschillende partners vermogensbestanddelen worden ingebracht waarover nadere afspraken gemaakt worden.
6. De bijdrage wordt verleend onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
7. Indien de Minister, gedeputeerde staten of het college een bijzondere taak opdraagt als bedoeld in artikel 2b, eerste lid, onder e, waarvan de kosten niet zijn op te vangen in de begroting, wordt daarvoor door de Minister, gedeputeerde staten of het college in aanvulling op de jaarlijkse bijdrage een tevoren overeengekomen vergoeding betaald.