BWBR0039480
Geldig vanaf 2018-10-27
Artikel 11
Gemeenschappelijke regeling Het Utrechts Archief
1. Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en twee andere door het algemeen bestuur aan te wijzen leden.
2. Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden één lid aan dat door de Minister is aangewezen als lid van het algemeen bestuur, en één lid dat door gedeputeerde staten is aangewezen als lid van het algemeen bestuur.
3. Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt van rechtswege, zodra men ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur.
4. Artikel 5, achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.
5. De leden van het dagelijks bestuur, die door de Minister en het college zijn aangewezen als lid van het algemeen bestuur, hebben elk twee stemmen. Het lid van het dagelijks bestuur dat door gedeputeerde staten is aangewezen als lid van het algemeen bestuur heeft één stem. Besluitvorming vindt plaats bij volstrekte meerderheid van stemmen, voor zover niet anders is bepaald in de regeling.
6. In de vergadering van het dagelijks bestuur kan slechts worden beraadslaagd of besloten, indien ten minste de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.
7. Indien het vereiste aantal leden niet tegenwoordig is, belegt de voorzitter, onder verwijzing naar dit artikel, opnieuw een vergadering.
2. Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden één lid aan dat door de Minister is aangewezen als lid van het algemeen bestuur, en één lid dat door gedeputeerde staten is aangewezen als lid van het algemeen bestuur.
3. Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt van rechtswege, zodra men ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur.
4. Artikel 5, achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.
5. De leden van het dagelijks bestuur, die door de Minister en het college zijn aangewezen als lid van het algemeen bestuur, hebben elk twee stemmen. Het lid van het dagelijks bestuur dat door gedeputeerde staten is aangewezen als lid van het algemeen bestuur heeft één stem. Besluitvorming vindt plaats bij volstrekte meerderheid van stemmen, voor zover niet anders is bepaald in de regeling.
6. In de vergadering van het dagelijks bestuur kan slechts worden beraadslaagd of besloten, indien ten minste de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.
7. Indien het vereiste aantal leden niet tegenwoordig is, belegt de voorzitter, onder verwijzing naar dit artikel, opnieuw een vergadering.