BWBR0039466
Geldig vanaf 2017-05-01
Artikel 3
Tijdelijk besluit zelfstandige bevoegdheid bachelor medisch hulpverlener
1. Het recht tot het voeren van de titel bachelor medisch hulpverlener is voorbehouden aan degene die is ingeschreven in het tijdelijk register, bedoeld in artikel 2, derde lid.
2. Om in het tijdelijk register, bedoeld in artikel 2, derde lid, als bachelor medisch hulpverlener te kunnen worden ingeschreven, is vereist dat betrokkene in het bezit is van:
a. een getuigschrift waaruit blijkt dat betrokkene het afsluitende examen van een opleiding voor bachelor medisch hulpverlener met goed gevolg heeft afgelegd, welke opleiding is opgenomen in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs en die voldoet aan de artikelen 4 en 5, of
b. een door Onze Minister afgegeven verklaring van vakbekwaamheid: i. waaruit blijkt dat betrokkene een examen heeft afgelegd van een opleiding, die is gericht op de uitoefening van het beroep van bachelor medisch hulpverlener en aan de betrokkene daarvan een getuigschrift is uitgereikt dat niet is afgegeven binnen een staat aangesloten bij de overeenkomst van Oporto van 2 mei 1992 betreffende de Europese Economische Ruimte (Trb. 1992, 132) of Zwitserland, en
ii. waarin Onze Minister verklaart dat de door de betrokkene verworven vakbekwaamheid voor de toepassing van deze wet geacht kan worden gelijkwaardig te zijn aan de vakbekwaamheid welke uit de artikelen 4 en 5 kan worden afgeleid, of
i. waaruit blijkt dat betrokkene een examen heeft afgelegd van een opleiding, die is gericht op de uitoefening van het beroep van bachelor medisch hulpverlener en aan de betrokkene daarvan een getuigschrift is uitgereikt dat niet is afgegeven binnen een staat aangesloten bij de overeenkomst van Oporto van 2 mei 1992 betreffende de Europese Economische Ruimte (Trb. 1992, 132) of Zwitserland, en
ii. waarin Onze Minister verklaart dat de door de betrokkene verworven vakbekwaamheid voor de toepassing van deze wet geacht kan worden gelijkwaardig te zijn aan de vakbekwaamheid welke uit de artikelen 4 en 5 kan worden afgeleid, of
c. een door Onze Minister afgegeven erkenning van beroepskwalificaties als bachelor medisch hulpverlener in de zin van de Algemene Wet Erkenning EU-beroepskwalificaties.
3. De verklaring, bedoeld in het tweede lid, onder b, en de erkenning, bedoeld in het tweede lid, onder c, geven aan voor welk medisch ondersteunend deelgebied van de geneeskunst zij van toepassing zijn.
2. Om in het tijdelijk register, bedoeld in artikel 2, derde lid, als bachelor medisch hulpverlener te kunnen worden ingeschreven, is vereist dat betrokkene in het bezit is van:
a. een getuigschrift waaruit blijkt dat betrokkene het afsluitende examen van een opleiding voor bachelor medisch hulpverlener met goed gevolg heeft afgelegd, welke opleiding is opgenomen in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs en die voldoet aan de artikelen 4 en 5, of
b. een door Onze Minister afgegeven verklaring van vakbekwaamheid: i. waaruit blijkt dat betrokkene een examen heeft afgelegd van een opleiding, die is gericht op de uitoefening van het beroep van bachelor medisch hulpverlener en aan de betrokkene daarvan een getuigschrift is uitgereikt dat niet is afgegeven binnen een staat aangesloten bij de overeenkomst van Oporto van 2 mei 1992 betreffende de Europese Economische Ruimte (Trb. 1992, 132) of Zwitserland, en
ii. waarin Onze Minister verklaart dat de door de betrokkene verworven vakbekwaamheid voor de toepassing van deze wet geacht kan worden gelijkwaardig te zijn aan de vakbekwaamheid welke uit de artikelen 4 en 5 kan worden afgeleid, of
i. waaruit blijkt dat betrokkene een examen heeft afgelegd van een opleiding, die is gericht op de uitoefening van het beroep van bachelor medisch hulpverlener en aan de betrokkene daarvan een getuigschrift is uitgereikt dat niet is afgegeven binnen een staat aangesloten bij de overeenkomst van Oporto van 2 mei 1992 betreffende de Europese Economische Ruimte (Trb. 1992, 132) of Zwitserland, en
ii. waarin Onze Minister verklaart dat de door de betrokkene verworven vakbekwaamheid voor de toepassing van deze wet geacht kan worden gelijkwaardig te zijn aan de vakbekwaamheid welke uit de artikelen 4 en 5 kan worden afgeleid, of
c. een door Onze Minister afgegeven erkenning van beroepskwalificaties als bachelor medisch hulpverlener in de zin van de Algemene Wet Erkenning EU-beroepskwalificaties.
3. De verklaring, bedoeld in het tweede lid, onder b, en de erkenning, bedoeld in het tweede lid, onder c, geven aan voor welk medisch ondersteunend deelgebied van de geneeskunst zij van toepassing zijn.