BWBR0038740
Geldig vanaf 2016-11-23
Artikel 5
Tijdelijke regeling aflopende en aansluitende toelage NVWA
1. De medewerker categorie 3 heeft onverlet de aanspraak op de aflopende toelage, bedoeld in artikel 2, aanspraak op een eenmalige uitkering.
2. De aanspraak op de eenmalige uitkering vervalt, indien de medewerker categorie 3 met toepassing van artikel 57, eerste lid, of artikel 57b, van het ARARop zijn aanvraag een andere functie wordt opgedragen bij de NVWA, dan die voorkomt op de lijst van ambulante functies, opgenomen als bijlage 1 van de Regeling vaartoelage.
3. De medewerker categorie 3 behoudt aanspraak op de eenmalige uitkering bij een overplaatsing op zijn aanvraag met toepassing van artikel 57, eerste lid, of artikel 57b, van het ARARnaar een ander onderdeel van de sector Rijk dan de NVWA. Eveneens behoudt de medewerker categorie 3 aanspraak op de eenmalige uitkering in geval van eervol ontslag uit dienst van de NVWA dan wel diens rechtsopvolger(s). Geen aanspraak op de eenmalige uitkering bestaat indien de medewerker ter zake van die overplaatsing of dat eervol ontslag andere aanspraken heeft op grond van het vigerende sociaal flankerend beleid.
4. De medewerker categorie 3, die met ingang van 1 januari 2012 is geplaatst op een functie, waarbij op termijn geen bevordering naar een salarisschaal met een hoger maximumsalaris is voorzien, ontvangt 50% van de eenmalige uitkering in juli 2012 en het restant uiterlijk op 31 december 2014.
5. Voor de medewerker categorie 3, die met ingang van 1 januari 2012 is geplaatst op een functie waarbij een traject geldt, gericht op bevordering naar een salarisschaal met een hoger maximumsalaris, wordt de hoogte van het uit te keren bedrag op 31 december 2014 berekend. Indien de medewerker categorie 3 voor die datum is bevorderd, worden de salarisverhogingen vanwege de bevordering in mindering gebracht op het af te kopen verschil. De medewerker categorie 3, die voor 31 december 2014 is bevorderd, ontvangt 50% van de eenmalige uitkering direct na de berekening op 31 december 2014 en het restant uiterlijk twee jaar later.
6. Bij de medewerker, bedoeld in het vijfde lid, die niet op 31 december 2014 is bevorderd naar een salarisschaal met een hoger maximumsalaris, maar nadien, vindt de berekening van het uit te keren bedrag plaats met ingang van de datum van het besluit tot bevordering. Direct daarna ontvangt deze medewerker 50% van de eenmalige uitkering, en het restant uiterlijk twee jaar nadien.
2. De aanspraak op de eenmalige uitkering vervalt, indien de medewerker categorie 3 met toepassing van artikel 57, eerste lid, of artikel 57b, van het ARARop zijn aanvraag een andere functie wordt opgedragen bij de NVWA, dan die voorkomt op de lijst van ambulante functies, opgenomen als bijlage 1 van de Regeling vaartoelage.
3. De medewerker categorie 3 behoudt aanspraak op de eenmalige uitkering bij een overplaatsing op zijn aanvraag met toepassing van artikel 57, eerste lid, of artikel 57b, van het ARARnaar een ander onderdeel van de sector Rijk dan de NVWA. Eveneens behoudt de medewerker categorie 3 aanspraak op de eenmalige uitkering in geval van eervol ontslag uit dienst van de NVWA dan wel diens rechtsopvolger(s). Geen aanspraak op de eenmalige uitkering bestaat indien de medewerker ter zake van die overplaatsing of dat eervol ontslag andere aanspraken heeft op grond van het vigerende sociaal flankerend beleid.
4. De medewerker categorie 3, die met ingang van 1 januari 2012 is geplaatst op een functie, waarbij op termijn geen bevordering naar een salarisschaal met een hoger maximumsalaris is voorzien, ontvangt 50% van de eenmalige uitkering in juli 2012 en het restant uiterlijk op 31 december 2014.
5. Voor de medewerker categorie 3, die met ingang van 1 januari 2012 is geplaatst op een functie waarbij een traject geldt, gericht op bevordering naar een salarisschaal met een hoger maximumsalaris, wordt de hoogte van het uit te keren bedrag op 31 december 2014 berekend. Indien de medewerker categorie 3 voor die datum is bevorderd, worden de salarisverhogingen vanwege de bevordering in mindering gebracht op het af te kopen verschil. De medewerker categorie 3, die voor 31 december 2014 is bevorderd, ontvangt 50% van de eenmalige uitkering direct na de berekening op 31 december 2014 en het restant uiterlijk twee jaar later.
6. Bij de medewerker, bedoeld in het vijfde lid, die niet op 31 december 2014 is bevorderd naar een salarisschaal met een hoger maximumsalaris, maar nadien, vindt de berekening van het uit te keren bedrag plaats met ingang van de datum van het besluit tot bevordering. Direct daarna ontvangt deze medewerker 50% van de eenmalige uitkering, en het restant uiterlijk twee jaar nadien.