BWBR0038472
Geldig vanaf 2016-09-15
Artikel 4
Subsidieregeling energiebesparing eigen huis
1. Energiebesparende maatregelen zijn: spouwmuurisolatie, gevelisolatie, dakisolatie, vloer- of bodemisolatie en hoogrendementsglas, waarbij wordt verstaan onder:
– spouwmuurisolatie: het isoleren van bestaande spouwmuren in de thermische schil met isolatiemateriaal met een minimale Rd-waarde van 1,1 [m2K/W];
– gevelisolatie: het isoleren van de bestaande binnen- en buitengevel met isolatiemateriaal met een minimale Rd-waarde van 3,5 [m2K/W];
– dakisolatie: het isoleren van het bestaande dak in de thermische schil of van de bestaande zolder- of vlieringvloer, indien de zolder of vliering onverwarmd is met isolatiemateriaal met een minimale Rd-waarde van 3,5 [m2K/W];
– vloer- of bodemisolatie: het isoleren van de bestaande vloer of de bestaande bodem in de thermische schil met isolatiemateriaal met een minimale Rd-waarde van 3,5 [m2K/W];
– hoogrendementsglas: het vervangen van glas in de thermische schil door HR++ glas, of door triple-glas in combinatie met het vervangen van het kozijn door een isolerend kozijn met een maximale U-waarde van 1,5 [W/m2K], al dan niet in combinatie met panelen;
– HR++ glas: glas met een maximale U-waarde van 1,2 [W/m2K];
– triple-glas: glas met een maximale U-waarde van 0,7 [W/m2K];
– panelen: panelen met minimaal dezelfde U-waarde als de glassoort waarmee deze worden gecombineerd.
2. Bij toepassing van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, zijn de minimale oppervlakten waarover energiebesparende maatregelen in vrijstaande woningen worden uitgevoerd voor:
a. spouwmuurisolatie: 50 m2;
b. gevelisolatie: 55 m2;
c. dakisolatie: 57 m2;
d. vloer- of bodemisolatie: 44 m2;
e. hoogrendementsglas: 15 m2.
3. Bij toepassing van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, zijn de minimale oppervlakten waarover energiebesparende maatregelen in twee onder een kap of half vrijstaande woningen worden uitgevoerd voor:
a. spouwmuurisolatie: 33 m2;
b. gevelisolatie: 40 m2;
c. dakisolatie: 38 m2;
d. vloer- of bodemisolatie: 32 m2;
e. hoogrendementsglas: 12 m2.
4. Bij toepassing van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, zijn de minimale oppervlakten waarover energiebesparende maatregelen in tussenwoningen worden uitgevoerd voor:
a. spouwmuurisolatie: 15 m2;
b. gevelisolatie: 18 m2;
c. dakisolatie: 31 m2;
d. vloer- of bodemisolatie: 27 m2;
e. hoogrendementsglas: 10 m2.
5. Bij toepassing van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, zijn de minimale oppervlakten waarover energiebesparende maatregelen in etagewoningen worden uitgevoerd voor:
a. spouwmuurisolatie: 13 m2;
b. gevelisolatie: 13 m2;
c. dakisolatie: 15 m2;
d. vloer- of bodemisolatie: 20 m2;
e. hoogrendementsglas: 8 m2.
6. Bij toepassing van artikel 11, eerste lid, onderdeel a, zijn de minimale oppervlakten waarover energiebesparende maatregelen in een gebouw worden uitgevoerd voor:
a. spouwmuurisolatie: 13 m2, vermenigvuldigd met het aantal appartementen in het gebouw;
b. gevelisolatie: 13 m2, vermenigvuldigd met het aantal appartementen in het gebouw;
c. dakisolatie: minimaal 70% van de oppervlakte van het gehele dak;
d. vloer- of bodemisolatie: minimaal 70% van de oppervlakte van de gehele vloer;
e. hoogrendementsglas: 8 m2, vermenigvuldigd met het aantal appartementen in het gebouw.
– spouwmuurisolatie: het isoleren van bestaande spouwmuren in de thermische schil met isolatiemateriaal met een minimale Rd-waarde van 1,1 [m2K/W];
– gevelisolatie: het isoleren van de bestaande binnen- en buitengevel met isolatiemateriaal met een minimale Rd-waarde van 3,5 [m2K/W];
– dakisolatie: het isoleren van het bestaande dak in de thermische schil of van de bestaande zolder- of vlieringvloer, indien de zolder of vliering onverwarmd is met isolatiemateriaal met een minimale Rd-waarde van 3,5 [m2K/W];
– vloer- of bodemisolatie: het isoleren van de bestaande vloer of de bestaande bodem in de thermische schil met isolatiemateriaal met een minimale Rd-waarde van 3,5 [m2K/W];
– hoogrendementsglas: het vervangen van glas in de thermische schil door HR++ glas, of door triple-glas in combinatie met het vervangen van het kozijn door een isolerend kozijn met een maximale U-waarde van 1,5 [W/m2K], al dan niet in combinatie met panelen;
– HR++ glas: glas met een maximale U-waarde van 1,2 [W/m2K];
– triple-glas: glas met een maximale U-waarde van 0,7 [W/m2K];
– panelen: panelen met minimaal dezelfde U-waarde als de glassoort waarmee deze worden gecombineerd.
2. Bij toepassing van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, zijn de minimale oppervlakten waarover energiebesparende maatregelen in vrijstaande woningen worden uitgevoerd voor:
a. spouwmuurisolatie: 50 m2;
b. gevelisolatie: 55 m2;
c. dakisolatie: 57 m2;
d. vloer- of bodemisolatie: 44 m2;
e. hoogrendementsglas: 15 m2.
3. Bij toepassing van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, zijn de minimale oppervlakten waarover energiebesparende maatregelen in twee onder een kap of half vrijstaande woningen worden uitgevoerd voor:
a. spouwmuurisolatie: 33 m2;
b. gevelisolatie: 40 m2;
c. dakisolatie: 38 m2;
d. vloer- of bodemisolatie: 32 m2;
e. hoogrendementsglas: 12 m2.
4. Bij toepassing van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, zijn de minimale oppervlakten waarover energiebesparende maatregelen in tussenwoningen worden uitgevoerd voor:
a. spouwmuurisolatie: 15 m2;
b. gevelisolatie: 18 m2;
c. dakisolatie: 31 m2;
d. vloer- of bodemisolatie: 27 m2;
e. hoogrendementsglas: 10 m2.
5. Bij toepassing van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, zijn de minimale oppervlakten waarover energiebesparende maatregelen in etagewoningen worden uitgevoerd voor:
a. spouwmuurisolatie: 13 m2;
b. gevelisolatie: 13 m2;
c. dakisolatie: 15 m2;
d. vloer- of bodemisolatie: 20 m2;
e. hoogrendementsglas: 8 m2.
6. Bij toepassing van artikel 11, eerste lid, onderdeel a, zijn de minimale oppervlakten waarover energiebesparende maatregelen in een gebouw worden uitgevoerd voor:
a. spouwmuurisolatie: 13 m2, vermenigvuldigd met het aantal appartementen in het gebouw;
b. gevelisolatie: 13 m2, vermenigvuldigd met het aantal appartementen in het gebouw;
c. dakisolatie: minimaal 70% van de oppervlakte van het gehele dak;
d. vloer- of bodemisolatie: minimaal 70% van de oppervlakte van de gehele vloer;
e. hoogrendementsglas: 8 m2, vermenigvuldigd met het aantal appartementen in het gebouw.