BWBR0038472
Geldig vanaf 2016-09-15
Artikel 14
Subsidieregeling energiebesparing eigen huis
1. Onverminderd artikel 17en met inachtneming van het tweede lid, bedraagt de subsidie voor:
a. spouwmuurisolatie: € 5 per m2;
b. gevelisolatie: € 25 per m2;
c. isolatie van het dak in de thermische schil: € 20 per m2;
d. isolatie van de zolder- of vlieringvloer, indien de zolder of vliering onverwarmd is: € 5 per m2;
e. vloerisolatie: € 7 per m2;
f. bodemisolatie eventueel in combinatie met vloerisolatie: € 4 per m2;
g. HR++ glas: € 35 per m2;
h. triple-glas in combinatie met het vervangen van het kozijn door een isolerend kozijn met een maximale U-waarde van 1,5 [W/m2K]: € 100 per m2;
i. het vervangen van voor- en achterdeuren in de thermische schil overeenkomstig artikel 5, onderdeel a: € 80 per m2;
j. het aanleggen van een ventilatiesysteem overeenkomstig artikel 5, onderdelen c, of d, per woning of als, het een vereniging betreft, per appartement 20% van de kosten van het ventilatiesysteem met een maximum van: € 800;
k. panelen in combinatie met HR++ glas: € 15 per m2;
l. panelen in combinatie met triple-glas: € 75 per m2;
m. het waterzijdig inregelen van een verwarmingssysteem overeenkomstig artikel 5, onderdeel d, per woning of als, het een vereniging betreft, per appartement: € 60;
n. het plaatsen van een energiedisplay of een thermostaat overeenkomstig artikel 5, onderdeel e: € 100;
o. een andere gelijkwaardige energiebesparende maatregel als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel a: het subsidiebedrag is gelijk aan het subsidiebedrag voor de energiebesparende maatregel uit artikel 4, zesde lid, die als basis is gebruikt voor de gelijkwaardigheidsberekening.
2. Indien het een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdeel a, betreft, wordt het bedrag dat berekend is op grond van het eerste lid vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller het percentage, bedoeld in artikel 12, derde lid, onderdeel d, is en de noemer 100.
3. Indien het een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel 1° of 2°, betreft, dan wordt in aanvulling op het bedrag dat resulteert uit de berekening uit het tweede lid, daarbij het bedrag opgeteld dat resulteert uit de volgende berekening: het bedrag dat berekend is op grond van het eerste lid wordt vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller het aantal huurwoningen waarvoor een verklaring als bedoeld in artikel 12, vierde of vijfde lid, is aangeleverd en die aan de voor die verklaring op grond van de de-minimisverordening of algemene groepsvrijstelling geldende voorwaarden voldoet, uitgedrukt als percentage van het totaal aantal appartementen in het gebouw, is en de noemer 100.
a. spouwmuurisolatie: € 5 per m2;
b. gevelisolatie: € 25 per m2;
c. isolatie van het dak in de thermische schil: € 20 per m2;
d. isolatie van de zolder- of vlieringvloer, indien de zolder of vliering onverwarmd is: € 5 per m2;
e. vloerisolatie: € 7 per m2;
f. bodemisolatie eventueel in combinatie met vloerisolatie: € 4 per m2;
g. HR++ glas: € 35 per m2;
h. triple-glas in combinatie met het vervangen van het kozijn door een isolerend kozijn met een maximale U-waarde van 1,5 [W/m2K]: € 100 per m2;
i. het vervangen van voor- en achterdeuren in de thermische schil overeenkomstig artikel 5, onderdeel a: € 80 per m2;
j. het aanleggen van een ventilatiesysteem overeenkomstig artikel 5, onderdelen c, of d, per woning of als, het een vereniging betreft, per appartement 20% van de kosten van het ventilatiesysteem met een maximum van: € 800;
k. panelen in combinatie met HR++ glas: € 15 per m2;
l. panelen in combinatie met triple-glas: € 75 per m2;
m. het waterzijdig inregelen van een verwarmingssysteem overeenkomstig artikel 5, onderdeel d, per woning of als, het een vereniging betreft, per appartement: € 60;
n. het plaatsen van een energiedisplay of een thermostaat overeenkomstig artikel 5, onderdeel e: € 100;
o. een andere gelijkwaardige energiebesparende maatregel als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel a: het subsidiebedrag is gelijk aan het subsidiebedrag voor de energiebesparende maatregel uit artikel 4, zesde lid, die als basis is gebruikt voor de gelijkwaardigheidsberekening.
2. Indien het een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdeel a, betreft, wordt het bedrag dat berekend is op grond van het eerste lid vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller het percentage, bedoeld in artikel 12, derde lid, onderdeel d, is en de noemer 100.
3. Indien het een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel 1° of 2°, betreft, dan wordt in aanvulling op het bedrag dat resulteert uit de berekening uit het tweede lid, daarbij het bedrag opgeteld dat resulteert uit de volgende berekening: het bedrag dat berekend is op grond van het eerste lid wordt vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller het aantal huurwoningen waarvoor een verklaring als bedoeld in artikel 12, vierde of vijfde lid, is aangeleverd en die aan de voor die verklaring op grond van de de-minimisverordening of algemene groepsvrijstelling geldende voorwaarden voldoet, uitgedrukt als percentage van het totaal aantal appartementen in het gebouw, is en de noemer 100.