BWBR0038472
Geldig vanaf 2016-09-15
Artikel 11
Subsidieregeling energiebesparing eigen huis
1. De minister kan aan een vereniging ten behoeve van een gebouw waarvoor de vereniging is opgericht of mede is opgericht en waarin zich ten minste één koopwoning bevindt subsidie verstrekken voor het na de datum van indiening van de subsidieaanvraag door een bouwbedrijf laten uitvoeren van:
a. twee of meer energiebesparende maatregelen over de gehele daarvoor in aanmerking komende oppervlakten van het gebouw of over ten minste de oppervlakten, bedoeld in artikel 4, zesde lid, of een of meer energiebesparende maatregelen over de gehele daarvoor in aanmerking komende oppervlakten van het gebouw of over ten minste de oppervlakten, bedoeld in artikel 4, zesde lid, in combinatie met een andere gelijkwaardige energiebesparende maatregel die voor wat betreft de mate van energiebesparing overeenkomt met een dergelijke energiebesparende maatregel;
b. een of meer aanvullende energiebesparende maatregelen, en
c. een zeer energiezuinig pakket.
2. Subsidie op grond van het eerste lid, onderdeel b, wordt uitsluitend verstrekt in combinatie met subsidie op grond van het eerste lid, onderdeel a.
3. Subsidie op grond van het eerste lid wordt per maatregel slechts eenmaal per gebouw verstrekt.
4. Op grond van het eerste lid, onderdelen a, b en c, kan ook subsidie worden verstrekt, indien de in die onderdelen bedoelde activiteiten ook uit andere hoofde zijn of worden gesubsidieerd of gefinancierd.
5. In afwijking van het vierde lid wordt geen subsidie verstrekt ten behoeve van huurwoningen in het gebouw indien de aanvraag is gedaan op grond van artikel 12, tweede lid, onderdeel b, onder 1°, als blijkt dat een begunstigde van staatssteun meer steun ontvangt dan is toegestaan op basis van de de-minimisverordening.
6. In afwijking van het vierde lid wordt geen subsidie verstrekt indien de begunstigde van de subsidie reeds subsidie heeft ontvangen voor de activiteiten bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b of c, op grond van de Regeling vermindering verhuurderheffing 2014of de Stimuleringsregeling energieprestatie huursector.
7. Voor zover de subsidie die verstrekt wordt aan een vereniging toekomt aan eigenaren van huurwoningen en bij de aanvraag gebruik wordt gemaakt van artikel 12, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, dienen de voor subsidie in aanmerking komende kosten voor energiebesparende en aanvullende energiebesparende maatregelen en zeer energiezuinig pakket rechtstreeks verband te houden met het behalen van een hoger niveau van energie-efficiëntie en de kosten dienen voor de investering in energie-efficiëntie binnen de totale investeringskosten als een afzonderlijke investering te kunnen worden vastgesteld als bedoeld in artikel 38, derde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
8. De aanvrager toont de gelijkwaardigheid van de andere maatregel, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, aan door middel van een verklaring van een certificaathouder als bedoeld in BRL 9500, deel 02, of een certificaathouder als bedoeld in BRL 9500 W, die een gelijkwaardigheidsberekening en een oordeel van de certificaathouder over de gelijkwaardigheid bevat.
a. twee of meer energiebesparende maatregelen over de gehele daarvoor in aanmerking komende oppervlakten van het gebouw of over ten minste de oppervlakten, bedoeld in artikel 4, zesde lid, of een of meer energiebesparende maatregelen over de gehele daarvoor in aanmerking komende oppervlakten van het gebouw of over ten minste de oppervlakten, bedoeld in artikel 4, zesde lid, in combinatie met een andere gelijkwaardige energiebesparende maatregel die voor wat betreft de mate van energiebesparing overeenkomt met een dergelijke energiebesparende maatregel;
b. een of meer aanvullende energiebesparende maatregelen, en
c. een zeer energiezuinig pakket.
2. Subsidie op grond van het eerste lid, onderdeel b, wordt uitsluitend verstrekt in combinatie met subsidie op grond van het eerste lid, onderdeel a.
3. Subsidie op grond van het eerste lid wordt per maatregel slechts eenmaal per gebouw verstrekt.
4. Op grond van het eerste lid, onderdelen a, b en c, kan ook subsidie worden verstrekt, indien de in die onderdelen bedoelde activiteiten ook uit andere hoofde zijn of worden gesubsidieerd of gefinancierd.
5. In afwijking van het vierde lid wordt geen subsidie verstrekt ten behoeve van huurwoningen in het gebouw indien de aanvraag is gedaan op grond van artikel 12, tweede lid, onderdeel b, onder 1°, als blijkt dat een begunstigde van staatssteun meer steun ontvangt dan is toegestaan op basis van de de-minimisverordening.
6. In afwijking van het vierde lid wordt geen subsidie verstrekt indien de begunstigde van de subsidie reeds subsidie heeft ontvangen voor de activiteiten bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b of c, op grond van de Regeling vermindering verhuurderheffing 2014of de Stimuleringsregeling energieprestatie huursector.
7. Voor zover de subsidie die verstrekt wordt aan een vereniging toekomt aan eigenaren van huurwoningen en bij de aanvraag gebruik wordt gemaakt van artikel 12, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, dienen de voor subsidie in aanmerking komende kosten voor energiebesparende en aanvullende energiebesparende maatregelen en zeer energiezuinig pakket rechtstreeks verband te houden met het behalen van een hoger niveau van energie-efficiëntie en de kosten dienen voor de investering in energie-efficiëntie binnen de totale investeringskosten als een afzonderlijke investering te kunnen worden vastgesteld als bedoeld in artikel 38, derde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
8. De aanvrager toont de gelijkwaardigheid van de andere maatregel, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, aan door middel van een verklaring van een certificaathouder als bedoeld in BRL 9500, deel 02, of een certificaathouder als bedoeld in BRL 9500 W, die een gelijkwaardigheidsberekening en een oordeel van de certificaathouder over de gelijkwaardigheid bevat.