BWBR0037862
Geldig vanaf 2016-09-01
Artikel 9
Besluit experiment vraagfinanciering hoger onderwijs
1. Van 2017 tot en met 2021 rapporteert het bestuur van een deelnemende instelling jaarlijks aan Onze Minister over de uitvoering van het experiment in het voorafgaande kalenderjaar.
2. In 2021 rapporteert het bestuur van een deelnemende instelling aan Onze Minister over de uitvoering van het experiment in het tijdvak 2016 tot en met 2020.
3. Het bestuur van de deelnemende instelling zendt jaarlijks de volgende gegevens aan Onze Minister:
a. de instroom van studenten met collegegeldverlaging in de toegelaten opleidingen;
b. de gemiddelde verblijfsduur van studenten met collegegeldverlaging in de toegelaten opleidingen;
c. de hoogte van het gevraagde collegegeld en van andere eigen bijdragen ten behoeve van het aanbieden van modules bij de toegelaten opleidingen;
d. de hoogte van het gevraagde instellingscollegegeld voor studenten die aan de toegelaten opleidingen studeren zonder collegegeldverlaging;
e. het aantal vouchers per student in de toegelaten opleidingen;
f. de tijdstippen waarop studenten aan de toegelaten opleidingen een beroep hebben gedaan op collegegeldverlaging;
g. het aantal studenten met collegegeldverlaging dat de toegelaten opleidingen met een diploma heeft afgesloten;
h. het aantal studenten met collegegeldverlaging dat het totale aantal studiepunten behorend bij de vouchers heeft behaald.
4. De gegevens, bedoeld in het derde lid, worden voorzien van een accountantsverklaring die voldoet aan de eisen van de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants.
5. Het bestuur van een bekostigde deelnemende instelling neemt de rapportages en gegevens, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, op in het verslag, bedoeld in artikel 2.9 van de wet. Het bestuur van een andere deelnemende instelling voor hoger onderwijs neemt de rapportages en gegevens, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, op in het verslag, bedoeld in artikel 1.12, derde lid, van de wet.
6. Het bestuur van een deelnemende instelling verstrekt desgevraagd andere informatie aan Onze Minister in verband met de deelname aan en monitoring, evaluatie en effectmeting van het experiment.
2. In 2021 rapporteert het bestuur van een deelnemende instelling aan Onze Minister over de uitvoering van het experiment in het tijdvak 2016 tot en met 2020.
3. Het bestuur van de deelnemende instelling zendt jaarlijks de volgende gegevens aan Onze Minister:
a. de instroom van studenten met collegegeldverlaging in de toegelaten opleidingen;
b. de gemiddelde verblijfsduur van studenten met collegegeldverlaging in de toegelaten opleidingen;
c. de hoogte van het gevraagde collegegeld en van andere eigen bijdragen ten behoeve van het aanbieden van modules bij de toegelaten opleidingen;
d. de hoogte van het gevraagde instellingscollegegeld voor studenten die aan de toegelaten opleidingen studeren zonder collegegeldverlaging;
e. het aantal vouchers per student in de toegelaten opleidingen;
f. de tijdstippen waarop studenten aan de toegelaten opleidingen een beroep hebben gedaan op collegegeldverlaging;
g. het aantal studenten met collegegeldverlaging dat de toegelaten opleidingen met een diploma heeft afgesloten;
h. het aantal studenten met collegegeldverlaging dat het totale aantal studiepunten behorend bij de vouchers heeft behaald.
4. De gegevens, bedoeld in het derde lid, worden voorzien van een accountantsverklaring die voldoet aan de eisen van de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants.
5. Het bestuur van een bekostigde deelnemende instelling neemt de rapportages en gegevens, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, op in het verslag, bedoeld in artikel 2.9 van de wet. Het bestuur van een andere deelnemende instelling voor hoger onderwijs neemt de rapportages en gegevens, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, op in het verslag, bedoeld in artikel 1.12, derde lid, van de wet.
6. Het bestuur van een deelnemende instelling verstrekt desgevraagd andere informatie aan Onze Minister in verband met de deelname aan en monitoring, evaluatie en effectmeting van het experiment.