BWBR0037862
Geldig vanaf 2016-09-01
Artikel 5
Besluit experiment vraagfinanciering hoger onderwijs
1. Onze Minister evalueert uiterlijk in 2021 het experiment.
2. Onze Minister evalueert het experiment tussentijds in 2018.
3. Onze Minister kan zich in het kader van de evaluatie, bedoeld in het eerste en het tweede lid, laten bijstaan door een van Onze Minister onafhankelijke deskundige.
4. Onze Minister stelt de inspectie, het accreditatieorgaan, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel p, van de weten de Commissie doelmatigheid hoger onderwijs, bedoeld in het Instellingsbesluit Commissie Doelmatigheid Hoger Onderwijs, in de gelegenheid hun zienswijzen naar voren te brengen naar aanleiding van een ontwerp van een verslag als bedoeld in artikel 1.7a, vijfde lid, van de wet.
2. Onze Minister evalueert het experiment tussentijds in 2018.
3. Onze Minister kan zich in het kader van de evaluatie, bedoeld in het eerste en het tweede lid, laten bijstaan door een van Onze Minister onafhankelijke deskundige.
4. Onze Minister stelt de inspectie, het accreditatieorgaan, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel p, van de weten de Commissie doelmatigheid hoger onderwijs, bedoeld in het Instellingsbesluit Commissie Doelmatigheid Hoger Onderwijs, in de gelegenheid hun zienswijzen naar voren te brengen naar aanleiding van een ontwerp van een verslag als bedoeld in artikel 1.7a, vijfde lid, van de wet.