BWBR0037862
Geldig vanaf 2016-09-01
Artikel 12
Besluit experiment vraagfinanciering hoger onderwijs
1. Het bestuur van een bekostigde deelnemende instelling stelt het deel medezeggenschapsraad dat uit en door de studenten is gekozen in de gelegenheid te adviseren over de hoogte van het collegegeld.
2. Indien het bestuur van een bekostigde deelnemende instelling op grond van artikel 10.16a, eerste lid, van de wetheeft besloten dat de Wet op de ondernemingsradenmet uitzondering van hoofdstuk VIIBvan toepassing is, stelt het bestuur de gezamenlijke vergadering van de ondernemingsraad in de gelegenheid te adviseren over de hoogte van het collegegeld.
3. Het bestuur van een bekostigde deelnemende instelling stelt de medezeggenschapsraad in de gelegenheid te adviseren over de inrichting van het experiment.
4. Indien het bestuur van een bekostigde deelnemende instelling op grond van artikel 10.16a, eerste lid, van de wetheeft besloten dat de Wet op de ondernemingsradenmet uitzondering van hoofdstuk VIIBvan toepassing is, stelt het bestuur de gezamenlijke vergadering van de ondernemingsraad in de gelegenheid te adviseren over de inrichting van het experiment.
5. Het bestuur van een deelnemende instelling voert het experiment cohortsgewijs uit.
6. Onze Minister kan een deelnemende instelling in verband met het experiment andere, op de individuele instelling voor hoger onderwijs of op een categorie instellingen voor hoger onderwijs afgestemde, verplichtingen opleggen.
2. Indien het bestuur van een bekostigde deelnemende instelling op grond van artikel 10.16a, eerste lid, van de wetheeft besloten dat de Wet op de ondernemingsradenmet uitzondering van hoofdstuk VIIBvan toepassing is, stelt het bestuur de gezamenlijke vergadering van de ondernemingsraad in de gelegenheid te adviseren over de hoogte van het collegegeld.
3. Het bestuur van een bekostigde deelnemende instelling stelt de medezeggenschapsraad in de gelegenheid te adviseren over de inrichting van het experiment.
4. Indien het bestuur van een bekostigde deelnemende instelling op grond van artikel 10.16a, eerste lid, van de wetheeft besloten dat de Wet op de ondernemingsradenmet uitzondering van hoofdstuk VIIBvan toepassing is, stelt het bestuur de gezamenlijke vergadering van de ondernemingsraad in de gelegenheid te adviseren over de inrichting van het experiment.
5. Het bestuur van een deelnemende instelling voert het experiment cohortsgewijs uit.
6. Onze Minister kan een deelnemende instelling in verband met het experiment andere, op de individuele instelling voor hoger onderwijs of op een categorie instellingen voor hoger onderwijs afgestemde, verplichtingen opleggen.