BWBR0037507
Geldig vanaf 2016-01-09
Artikel 9
Besluit experiment promotieonderwijs
1. Het instellingsbestuur stelt regels voor promotieonderwijs. Tot die regels behoren in ieder geval:
a. de voorwaarden voor toelating tot het promotieonderwijs;
b. de inrichting van het promotieonderwijs waarbij wordt aangegeven hoe de voorbereiding op de arbeidsmarkt wordt vormgegeven;
c. de wijze van toetsing van het onderwijs aan de promotiestudent;
d. de criteria op grond waarvan de deelname van een promotiestudent aan het promotieonderwijs kan worden beëindigd.
2. Het instellingsbestuur int van de promotiestudent collegegeld dat overeenkomt met het volledige wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 7.45, eerste lid, van de wet. Artikel 7.48, eerste lid, van de wet, is van overeenkomstige toepassing. Het instellingsbestuur kan het collegegeld geheel of gedeeltelijk kwijtschelden.
3. Het instellingsbestuur treft voorzieningen voor de financiële ondersteuning van promotiestudenten uit het profileringsfonds. Het instellingsbestuur stelt daartoe regels vast, waartoe in ieder geval behoren regels over de aanvraag, de duur en de hoogte van de financiële ondersteuning. Bij die regels wordt vastgelegd in welke gevallen gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van het collegegeld plaatsvindt. Artikel 7.51i van de wetis van overeenkomstige toepassing. Tevens wordt geborgd dat deze ondersteuning geen nadelige effecten heeft op de ondersteuning van reguliere studenten uit het profileringsfonds.
4. Financiële ondersteuning uit het profileringsfonds kan niet worden verstrekt, indien de promotiestudent tegelijk met het promotieonderwijs een opleiding volgt waarvoor hij recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet op de studiefinanciering 2000.
5. De bijzondere omstandigheden, genoemd in artikel 7.51, eerste en tweede lid, van de wetzijn van overeenkomstige toepassing op de promotiestudent ingeval zijn promotie vertraging oploopt of naar verwachting zal oplopen.
a. de voorwaarden voor toelating tot het promotieonderwijs;
b. de inrichting van het promotieonderwijs waarbij wordt aangegeven hoe de voorbereiding op de arbeidsmarkt wordt vormgegeven;
c. de wijze van toetsing van het onderwijs aan de promotiestudent;
d. de criteria op grond waarvan de deelname van een promotiestudent aan het promotieonderwijs kan worden beëindigd.
2. Het instellingsbestuur int van de promotiestudent collegegeld dat overeenkomt met het volledige wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 7.45, eerste lid, van de wet. Artikel 7.48, eerste lid, van de wet, is van overeenkomstige toepassing. Het instellingsbestuur kan het collegegeld geheel of gedeeltelijk kwijtschelden.
3. Het instellingsbestuur treft voorzieningen voor de financiële ondersteuning van promotiestudenten uit het profileringsfonds. Het instellingsbestuur stelt daartoe regels vast, waartoe in ieder geval behoren regels over de aanvraag, de duur en de hoogte van de financiële ondersteuning. Bij die regels wordt vastgelegd in welke gevallen gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van het collegegeld plaatsvindt. Artikel 7.51i van de wetis van overeenkomstige toepassing. Tevens wordt geborgd dat deze ondersteuning geen nadelige effecten heeft op de ondersteuning van reguliere studenten uit het profileringsfonds.
4. Financiële ondersteuning uit het profileringsfonds kan niet worden verstrekt, indien de promotiestudent tegelijk met het promotieonderwijs een opleiding volgt waarvoor hij recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet op de studiefinanciering 2000.
5. De bijzondere omstandigheden, genoemd in artikel 7.51, eerste en tweede lid, van de wetzijn van overeenkomstige toepassing op de promotiestudent ingeval zijn promotie vertraging oploopt of naar verwachting zal oplopen.