BWBR0037507
Geldig vanaf 2016-01-09
Artikel 12
Besluit experiment promotieonderwijs
1. Aan de toestemming, bedoeld in artikel 5, zijn voor de universiteit voorts de volgende verplichtingen verbonden:
a. het tijdig verstrekken van zodanige informatie aan promotiestudenten en aanstaande promotiestudenten over de deelname aan en inrichting van het experiment dat het die personen in staat stelt zich een goed oordeel te vormen over de gevolgen daarvan;
b. het jaarlijks rapporteren over de deelname aan het experiment in het verslag, bedoeld in artikel 2.9 van de wet, waaronder het totaal aantal promotiestudenten dat is verbonden aan de universiteit, alsmede het totaal aantal promovendi dat is gestart en gestopt met promotieonderwijs;
c. het ten behoeve van de evaluatie bij de eerste jaarlijkse rapportage leveren van gegevens waaronder in ieder geval: 1. het totaal aantal promovendi aan de universiteit op 1 januari 2016, onderverdeeld in werknemer-promovendi en internationale beurspromovendi;
2. het aantal gepromoveerden dat in de periode tussen 1 januari 2010 en 1 januari 2016 bij de universiteit een promotietraject heeft afgerond, onderverdeeld naar onderwijsgebied;
1. het totaal aantal promovendi aan de universiteit op 1 januari 2016, onderverdeeld in werknemer-promovendi en internationale beurspromovendi;
2. het aantal gepromoveerden dat in de periode tussen 1 januari 2010 en 1 januari 2016 bij de universiteit een promotietraject heeft afgerond, onderverdeeld naar onderwijsgebied;
d. het desgevraagd verstrekken aan Onze Minister van nadere informatie over de deelname aan het experiment;
e. het verlenen van medewerking aan de monitoring en evaluatie van het experiment;
f. het uitbrengen aan Onze Minister van een eindverslag over de deelname aan het experiment voor 1 januari 2021, waarin in ieder geval wordt ingegaan op hetgeen is vermeld in artikel 13, tweede en derde lid;
2. Onze Minister kan aan de toestemming andere, op de individuele universiteit afgestemde, voorwaarden verbinden.
a. het tijdig verstrekken van zodanige informatie aan promotiestudenten en aanstaande promotiestudenten over de deelname aan en inrichting van het experiment dat het die personen in staat stelt zich een goed oordeel te vormen over de gevolgen daarvan;
b. het jaarlijks rapporteren over de deelname aan het experiment in het verslag, bedoeld in artikel 2.9 van de wet, waaronder het totaal aantal promotiestudenten dat is verbonden aan de universiteit, alsmede het totaal aantal promovendi dat is gestart en gestopt met promotieonderwijs;
c. het ten behoeve van de evaluatie bij de eerste jaarlijkse rapportage leveren van gegevens waaronder in ieder geval: 1. het totaal aantal promovendi aan de universiteit op 1 januari 2016, onderverdeeld in werknemer-promovendi en internationale beurspromovendi;
2. het aantal gepromoveerden dat in de periode tussen 1 januari 2010 en 1 januari 2016 bij de universiteit een promotietraject heeft afgerond, onderverdeeld naar onderwijsgebied;
1. het totaal aantal promovendi aan de universiteit op 1 januari 2016, onderverdeeld in werknemer-promovendi en internationale beurspromovendi;
2. het aantal gepromoveerden dat in de periode tussen 1 januari 2010 en 1 januari 2016 bij de universiteit een promotietraject heeft afgerond, onderverdeeld naar onderwijsgebied;
d. het desgevraagd verstrekken aan Onze Minister van nadere informatie over de deelname aan het experiment;
e. het verlenen van medewerking aan de monitoring en evaluatie van het experiment;
f. het uitbrengen aan Onze Minister van een eindverslag over de deelname aan het experiment voor 1 januari 2021, waarin in ieder geval wordt ingegaan op hetgeen is vermeld in artikel 13, tweede en derde lid;
2. Onze Minister kan aan de toestemming andere, op de individuele universiteit afgestemde, voorwaarden verbinden.