BWBR0037242
Geldig vanaf 2016-01-01
Artikel 5
Besluit experiment regelluwe scholen PO/VO
1. Het bevoegd gezag meldt een concrete afwijking als bedoeld in artikel 4, eerste lid, schriftelijk aan Onze Minister door middel van een door Onze Minister verstrekt formulier waarvan het model bij ministeriële regeling kan worden vastgesteld.
2. De melding, bedoeld in het eerste lid, bevat:
a. de naam en het adres van het bevoegd gezag en de regelluwe school;
b. de dagtekening;
c. een schriftelijke verklaring van de medezeggenschapsraad waaruit blijkt dat hij instemt met de concrete afwijking;
d. een opgave van de bepaling of bepalingen, bedoeld in artikel 4, eerste lid, waarvan wordt afgeweken; en
e. een deugdelijke omschrijving van de alternatieve invulling die daaraan zal worden gegeven en het van het doel dat daarmee wordt beoogd.
3. De bevoegdheid tot concrete afwijking, bedoeld in artikel 4, eerste lid, gaat in op het moment waarop het bevoegd gezag van Onze Minister een ontvangstbevestiging ontvangt van de melding, bedoeld in het eerste lid, maar niet later dan acht weken na de dag waarop Onze Minister de melding heeft ontvangen.
4. Een concrete afwijking als bedoeld in het eerste lid kan door het bevoegd gezag worden gemeld tot uiterlijk acht weken voor de dag van aanvang van het voorlaatste gehele schooljaar dat valt binnen de looptijd van dit experiment.
2. De melding, bedoeld in het eerste lid, bevat:
a. de naam en het adres van het bevoegd gezag en de regelluwe school;
b. de dagtekening;
c. een schriftelijke verklaring van de medezeggenschapsraad waaruit blijkt dat hij instemt met de concrete afwijking;
d. een opgave van de bepaling of bepalingen, bedoeld in artikel 4, eerste lid, waarvan wordt afgeweken; en
e. een deugdelijke omschrijving van de alternatieve invulling die daaraan zal worden gegeven en het van het doel dat daarmee wordt beoogd.
3. De bevoegdheid tot concrete afwijking, bedoeld in artikel 4, eerste lid, gaat in op het moment waarop het bevoegd gezag van Onze Minister een ontvangstbevestiging ontvangt van de melding, bedoeld in het eerste lid, maar niet later dan acht weken na de dag waarop Onze Minister de melding heeft ontvangen.
4. Een concrete afwijking als bedoeld in het eerste lid kan door het bevoegd gezag worden gemeld tot uiterlijk acht weken voor de dag van aanvang van het voorlaatste gehele schooljaar dat valt binnen de looptijd van dit experiment.