BWBR0037135
Geldig vanaf 2018-07-03
Artikel 3
Organisatie- en mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2015
1. Overeenkomstig artikel 1 van het Besluit regeling functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal(Stb. 1988, 499), is de secretaris-generaal (de SG), met inachtneming van de aanwijzingen van de Minister, belast met de ambtelijke leiding van al hetgeen het ministerie betreft.
2. Onverminderd de overige bepalingen van dit besluit waarin aan de SG mandaat wordt verleend, wordt aan de SG mandaat verleend voor:
a) aangelegenheden op het gebied van de ambtelijke leiding van al hetgeen het ministerie betreft, zoals nader omschreven in de toelichting bij het Besluit regeling functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal (Stb. 1988, 499);
b) het vaststellen van circulaires, met uitzondering van circulaires die naar het oordeel van de SG door een ander organisatieonderdeel als bedoeld in artikel 7 moeten worden vastgesteld;
c) het vaststellen van de werkterreinen van de directeuren-generaal, bedoeld in artikel 4;
d) het uitoefenen van de bevoegdheden van de minister inzake benoeming, schorsing, ontslag en vergoeding van ambtenaren en andere personen in organen van rechtspersonen en colleges, voor zover daarvoor geen mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan een andere ambtenaar binnen het ministerie.
3. De SG is verantwoordelijk voor de beleidsterreinen van de direct onder hem ressorterende directies en diensten, genoemd in bijlage 1a, voor de samenhang tussen die beleidsterreinen en voor de bijbehorende bedrijfsvoering. De SG geeft leiding aan de onder hem ressorterende directeuren en voorziet daartoe in de nodige ondermandaten van die directeuren.
4. De SG treft een vervangingsregeling inzake vervanging bij zijn afwezigheid, met inachtneming van artikel 3a, vijfde lid.
2. Onverminderd de overige bepalingen van dit besluit waarin aan de SG mandaat wordt verleend, wordt aan de SG mandaat verleend voor:
a) aangelegenheden op het gebied van de ambtelijke leiding van al hetgeen het ministerie betreft, zoals nader omschreven in de toelichting bij het Besluit regeling functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal (Stb. 1988, 499);
b) het vaststellen van circulaires, met uitzondering van circulaires die naar het oordeel van de SG door een ander organisatieonderdeel als bedoeld in artikel 7 moeten worden vastgesteld;
c) het vaststellen van de werkterreinen van de directeuren-generaal, bedoeld in artikel 4;
d) het uitoefenen van de bevoegdheden van de minister inzake benoeming, schorsing, ontslag en vergoeding van ambtenaren en andere personen in organen van rechtspersonen en colleges, voor zover daarvoor geen mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan een andere ambtenaar binnen het ministerie.
3. De SG is verantwoordelijk voor de beleidsterreinen van de direct onder hem ressorterende directies en diensten, genoemd in bijlage 1a, voor de samenhang tussen die beleidsterreinen en voor de bijbehorende bedrijfsvoering. De SG geeft leiding aan de onder hem ressorterende directeuren en voorziet daartoe in de nodige ondermandaten van die directeuren.
4. De SG treft een vervangingsregeling inzake vervanging bij zijn afwezigheid, met inachtneming van artikel 3a, vijfde lid.