BWBR0037135
Geldig vanaf 2018-07-03
Artikel 20
Organisatie- en mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2015
Aan de SG is voorbehouden:
1. Het doen van voorstellen omtrent de vaststelling van de topstructuur van het ministerie, tot en met het niveau van directies, en hiermee samenhangend het besluiten tot reorganisaties;
2. het vaststellen van de formatie, en hiermee samenhangend het besluiten tot reorganisaties: a. van het kernministerie,
b. van de topstructuur van het DGBD, als opgenomen in bijlage 1b; als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het Coördinatiebesluit organisatie en bedrijfsvoering 2011, en na gehoord hebbende de bestuursraad;
a. van het kernministerie,
b. van de topstructuur van het DGBD, als opgenomen in bijlage 1b;
3. het aanstellen, benoemen, plaatsen en ontslaan van ambtenaren in functies behorende tot de topstructuur van het ministerie en de directoraten-generaal. Benoemingen vinden plaats na overleg met de bestuursraad;
4. het toekennen van maatregelen van sociaal flankerend beleid aan functionarissen als bedoeld in het vorige lid;
5. het besluiten tot bezoldiging conform de artikelen 22a en 7, tweede lid, van het BBRA 1984 van functionarissen behorende tot de topstructuur van het ministerie en de directoraten-generaal;
6. het voeren van overleg met bonden over regelingen van rechtspositionele aard als bedoeld in artikel 113 van het ARAR.
1. Het doen van voorstellen omtrent de vaststelling van de topstructuur van het ministerie, tot en met het niveau van directies, en hiermee samenhangend het besluiten tot reorganisaties;
2. het vaststellen van de formatie, en hiermee samenhangend het besluiten tot reorganisaties: a. van het kernministerie,
b. van de topstructuur van het DGBD, als opgenomen in bijlage 1b; als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het Coördinatiebesluit organisatie en bedrijfsvoering 2011, en na gehoord hebbende de bestuursraad;
a. van het kernministerie,
b. van de topstructuur van het DGBD, als opgenomen in bijlage 1b;
3. het aanstellen, benoemen, plaatsen en ontslaan van ambtenaren in functies behorende tot de topstructuur van het ministerie en de directoraten-generaal. Benoemingen vinden plaats na overleg met de bestuursraad;
4. het toekennen van maatregelen van sociaal flankerend beleid aan functionarissen als bedoeld in het vorige lid;
5. het besluiten tot bezoldiging conform de artikelen 22a en 7, tweede lid, van het BBRA 1984 van functionarissen behorende tot de topstructuur van het ministerie en de directoraten-generaal;
6. het voeren van overleg met bonden over regelingen van rechtspositionele aard als bedoeld in artikel 113 van het ARAR.