BWBR0037056
Geldig vanaf 2015-10-06
Artikel 6
Subsidieregeling vraagfinanciering hoger onderwijs
1. De subsidie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, wordt besteed aan de verlaging van het collegegeld dat moet worden betaald door een student als bedoeld in artikel 3 met een bedrag van ten hoogste € 1.250,–.
2. Indien de middelen verkregen door de inschrijving van een student met een voucher door de hogeschool ondoelmatig worden aangewend, kan het door de student ingezette vouchertegoed worden teruggevorderd van de hogeschool. Van ondoelmatige aanwending is in ieder geval sprake indien de student met een voucher op enigerlei wijze wordt gecompenseerd.
3. Indien de situatie, bedoeld in het tweede lid, zich anders dan incidenteel voordoet, kan de minister de vouchertegoeden die de hogeschool als gevolg van inschrijvingen door studenten met een voucher heeft ontvangen, terugvorderen van de hogeschool.
2. Indien de middelen verkregen door de inschrijving van een student met een voucher door de hogeschool ondoelmatig worden aangewend, kan het door de student ingezette vouchertegoed worden teruggevorderd van de hogeschool. Van ondoelmatige aanwending is in ieder geval sprake indien de student met een voucher op enigerlei wijze wordt gecompenseerd.
3. Indien de situatie, bedoeld in het tweede lid, zich anders dan incidenteel voordoet, kan de minister de vouchertegoeden die de hogeschool als gevolg van inschrijvingen door studenten met een voucher heeft ontvangen, terugvorderen van de hogeschool.