BWBR0037056
Geldig vanaf 2015-10-06
Artikel 10
Subsidieregeling vraagfinanciering hoger onderwijs
1. Een hogeschool meldt voor 1 september van een jaar de hoogte van het collegegeld voor een module per opleiding of Ad-programma in het studiejaar dat aanvangt op 1 september van dat jaar.
2. De hogeschool schrijft de student pas in nadat het verschuldigde collegegeld voor een module door de student is voldaan.
3. Nadat een student is ingeschreven meldt de rechtspersoon voor hoger onderwijs onverwijld aan de minister naam, geboortedatum, geslacht, adres en woonplaats van de student.
4. De hogeschool besteedt een voucher uitsluitend aan de verlaging van het collegegeld met de waarde van de voucher voor een module dat moet worden betaald door een student als bedoeld in artikel 3.
5. De hogeschool bewaart de onderwijsovereenkomsten die naar verwachting worden gevraagd op grond van het experiment vraagfinanciering hoger onderwijs in ieder geval tot 1 februari 2025.
6. De hogeschool mag het bedrag van de voucher niet in geld uitkeren aan de student.
2. De hogeschool schrijft de student pas in nadat het verschuldigde collegegeld voor een module door de student is voldaan.
3. Nadat een student is ingeschreven meldt de rechtspersoon voor hoger onderwijs onverwijld aan de minister naam, geboortedatum, geslacht, adres en woonplaats van de student.
4. De hogeschool besteedt een voucher uitsluitend aan de verlaging van het collegegeld met de waarde van de voucher voor een module dat moet worden betaald door een student als bedoeld in artikel 3.
5. De hogeschool bewaart de onderwijsovereenkomsten die naar verwachting worden gevraagd op grond van het experiment vraagfinanciering hoger onderwijs in ieder geval tot 1 februari 2025.
6. De hogeschool mag het bedrag van de voucher niet in geld uitkeren aan de student.