BWBR0037056
Geldig vanaf 2015-10-06
Artikel 3
Subsidieregeling vraagfinanciering hoger onderwijs
1. De minister kan aan hogescholen subsidie verstrekken voor:
a. het aanbieden van duale of deeltijdse bacheloropleidingen als bedoeld in bijlage 1 dan wel duale of deeltijdse Ad-programma’s als bedoeld in bijlage 1 in de sectoren gezondheidszorg, gedrag & maatschappij, techniek en sectoroverstijgend voor zover het een ICT-bacheloropleiding betreft, en
b. het verlenen van een graad aan een student die deze graad heeft behaald door het volgen van modules.
2. De minister verstrekt subsidie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, voor het aanbieden van bacheloropleidingen of Ad-programma’s die vestigingsplaatsonafhankelijk kunnen worden aangeboden en in modules van 30 studiepunten worden aangeboden aan een student die:
a. nieuw in een bacheloropleiding of ad-programma instroomt vanaf de start van het experiment vraagfinanciering tot en met 31 augustus 2019,
b. niet meer dan één opleiding of Ad-programma volgt waarvoor de student wettelijk collegegeld of verlaagd collegegeld is verschuldigd, en
c. onverminderd artikel 7.45a, tweede lid, van de wet, voldoet aan de vereisten, bedoeld in artikel 7.45a, eerste lid, van de wet.
3. De te verstrekken subsidie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt verstrekt in de vorm van een voucher en betreft steeds ten hoogste € 1.250,– per student per module met dien verstande dat:
a. een student ten hoogste acht modules kan volgen met subsidie tot 31 augustus 2024,
b. de studiepunten behorend bij de voorafgaande module van betreffende bacheloropleiding of Ad-programma zijn behaald of de hogeschool heeft vastgesteld dat voldoende studievoortgang is geboekt, en
c. bij niet meer dan twee opeenvolgende modules van dezelfde bacheloropleiding of hetzelfde Ad-programma de studiepunten niet volledig zijn behaald.
4. In afwijking van het derde lid betreft de subsidie minder dan € 1.250,– als het collegegeld lager is dan dit bedrag. De voucher is dan evenveel waard als het collegegeld.
5. De subsidie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, bedraagt € 3.333,– per graad. Deze subsidie wordt ten hoogste een keer per student als bedoeld in het tweede lid verstrekt.
a. het aanbieden van duale of deeltijdse bacheloropleidingen als bedoeld in bijlage 1 dan wel duale of deeltijdse Ad-programma’s als bedoeld in bijlage 1 in de sectoren gezondheidszorg, gedrag & maatschappij, techniek en sectoroverstijgend voor zover het een ICT-bacheloropleiding betreft, en
b. het verlenen van een graad aan een student die deze graad heeft behaald door het volgen van modules.
2. De minister verstrekt subsidie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, voor het aanbieden van bacheloropleidingen of Ad-programma’s die vestigingsplaatsonafhankelijk kunnen worden aangeboden en in modules van 30 studiepunten worden aangeboden aan een student die:
a. nieuw in een bacheloropleiding of ad-programma instroomt vanaf de start van het experiment vraagfinanciering tot en met 31 augustus 2019,
b. niet meer dan één opleiding of Ad-programma volgt waarvoor de student wettelijk collegegeld of verlaagd collegegeld is verschuldigd, en
c. onverminderd artikel 7.45a, tweede lid, van de wet, voldoet aan de vereisten, bedoeld in artikel 7.45a, eerste lid, van de wet.
3. De te verstrekken subsidie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt verstrekt in de vorm van een voucher en betreft steeds ten hoogste € 1.250,– per student per module met dien verstande dat:
a. een student ten hoogste acht modules kan volgen met subsidie tot 31 augustus 2024,
b. de studiepunten behorend bij de voorafgaande module van betreffende bacheloropleiding of Ad-programma zijn behaald of de hogeschool heeft vastgesteld dat voldoende studievoortgang is geboekt, en
c. bij niet meer dan twee opeenvolgende modules van dezelfde bacheloropleiding of hetzelfde Ad-programma de studiepunten niet volledig zijn behaald.
4. In afwijking van het derde lid betreft de subsidie minder dan € 1.250,– als het collegegeld lager is dan dit bedrag. De voucher is dan evenveel waard als het collegegeld.
5. De subsidie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, bedraagt € 3.333,– per graad. Deze subsidie wordt ten hoogste een keer per student als bedoeld in het tweede lid verstrekt.