BWBR0037052
Geldig vanaf 02-10-2015
Artikel 8
Beleidsregel vergunningverlening van de NIWO
1. Bij het verlenen of verlengen van de communautaire vergunning wordt in beginsel aangenomen dat wordt gehandeld conform hetgeen bij een vergunningaanvraag is opgegeven. Indien de feiten en omstandigheden daartoe aanleiding geven wordt in beginsel uiterlijk zes maanden na vergunningverlening een nader onderzoek ingesteld.
2. In de in lid 1 genoemde gevallen wordt een gewaarmerkt afschrift afgegeven met een geldigheidsduur van ten hoogste één jaar. Indien uit onderzoek blijkt dat in de praktijk wordt gehandeld conform hetgeen bij een vergunningaanvraag is opgegeven en aan artikel 1 wordt voldaan, wordt een nieuw gewaarmerkt afschrift verstrekt voor de resterende geldigheidsduur van de communautaire vergunning.
3. Indien uit onderzoek blijkt dat niet wordt gehandeld conform hetgeen bij een vergunningaanvraag is opgegeven, wordt de communautaire vergunning ingetrokken en dienen de communautaire vergunning en de daarbij behorende gewaarmerkte afschriften binnen één week na de inwerkingtreding van de beschikking tot intrekking te worden ingeleverd bij de NIWO.
4. In het geval de onderneming op grond van artikel 3.6 WWG niet binnen één week na de inwerkingtreding van de beschikking tot intrekking de communautaire vergunning en de daarbij behorende gewaarmerkte afschriften inlevert, kan de NIWO wegens overtreding van artikel 3.6 WWG een last onder dwangsom opleggen op grond van artikel 5.2 WWG en de Beleidsregel last onder dwangsom van de NIWO.
2. In de in lid 1 genoemde gevallen wordt een gewaarmerkt afschrift afgegeven met een geldigheidsduur van ten hoogste één jaar. Indien uit onderzoek blijkt dat in de praktijk wordt gehandeld conform hetgeen bij een vergunningaanvraag is opgegeven en aan artikel 1 wordt voldaan, wordt een nieuw gewaarmerkt afschrift verstrekt voor de resterende geldigheidsduur van de communautaire vergunning.
3. Indien uit onderzoek blijkt dat niet wordt gehandeld conform hetgeen bij een vergunningaanvraag is opgegeven, wordt de communautaire vergunning ingetrokken en dienen de communautaire vergunning en de daarbij behorende gewaarmerkte afschriften binnen één week na de inwerkingtreding van de beschikking tot intrekking te worden ingeleverd bij de NIWO.
4. In het geval de onderneming op grond van artikel 3.6 WWG niet binnen één week na de inwerkingtreding van de beschikking tot intrekking de communautaire vergunning en de daarbij behorende gewaarmerkte afschriften inlevert, kan de NIWO wegens overtreding van artikel 3.6 WWG een last onder dwangsom opleggen op grond van artikel 5.2 WWG en de Beleidsregel last onder dwangsom van de NIWO.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0037052
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl