BWBR0037026
Geldig vanaf 2001-11-23
Artikel 5
Regeling capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot
Bij de indiening van een aanvraag dan wel aanmelding als bedoeld in artikel 4legt de eigenaar met betrekking tot het desbetreffende binnenschip, ter vaststelling of dat binnenschip tot de actieve vloot behoort en bedrijfszeker is, de volgende bescheiden over:
a. een uittreksel uit het register, bedoeld in artikel 783 van boek 8, onderscheidenlijk artikel 193 van boek 8 van het Burgerlijk Wetboek;
b. een afschrift van de geldige meetbrief, bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van het Metingsbesluit Binnenvaartuigen 1978;
c. een afschrift van het geldige certificaat van onderzoek, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Binnenschepenwet, dan wel een afschrift van het geldige certificaat van onderzoek, bedoeld in artikel 1.03, eerste lid, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995, dan wel een afschrift van het geldige certificaat afgegeven krachtens artikel 3, tweede lid, van de Schepenwet, dan wel een afschrift van het document, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, van de Binnenschepenwet;
d. bewijsstukken van minimaal tien in de periode van vierentwintig maanden voorafgaande aan de dag van indiening van de aanvraag dan wel aanmelding gemaakte reizen als bedoeld in artikel 6, derde alinea, derde gedachtestreepje, van de Raadsverordening; en
e. een afschrift van het vergunning of inschrijvingsbewijs, bedoeld in artikel 22, onderscheidenlijk 46 van de Wet vervoer binnenvaart, indien verstrekt.
a. een uittreksel uit het register, bedoeld in artikel 783 van boek 8, onderscheidenlijk artikel 193 van boek 8 van het Burgerlijk Wetboek;
b. een afschrift van de geldige meetbrief, bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van het Metingsbesluit Binnenvaartuigen 1978;
c. een afschrift van het geldige certificaat van onderzoek, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Binnenschepenwet, dan wel een afschrift van het geldige certificaat van onderzoek, bedoeld in artikel 1.03, eerste lid, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995, dan wel een afschrift van het geldige certificaat afgegeven krachtens artikel 3, tweede lid, van de Schepenwet, dan wel een afschrift van het document, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, van de Binnenschepenwet;
d. bewijsstukken van minimaal tien in de periode van vierentwintig maanden voorafgaande aan de dag van indiening van de aanvraag dan wel aanmelding gemaakte reizen als bedoeld in artikel 6, derde alinea, derde gedachtestreepje, van de Raadsverordening; en
e. een afschrift van het vergunning of inschrijvingsbewijs, bedoeld in artikel 22, onderscheidenlijk 46 van de Wet vervoer binnenvaart, indien verstrekt.