BWBR0037026
Geldig vanaf 2001-11-23
Artikel 13
Regeling capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot
1. Het is de eigenaar van een binnenschip dat in afwachting van de sloop definitief uit de vaart moet worden genomen verboden het binnenschip te gebruiken voor vervoer of opslag.
2. Het is de eigenaar van een definitief uit de vaart genomen binnenschip verboden het binnenschip te verplaatsen zonder toestemming van een ambtenaar als bedoeld in artikel 7, onderdeel c, van de Wet capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot.
3. Overtreding van het verbod, bedoeld in het eerste, onderscheidenlijk tweede lid, vormt een strafbaar feit in de zin van artikel 1, onder 4o, van de Wet op de economische delicten.
2. Het is de eigenaar van een definitief uit de vaart genomen binnenschip verboden het binnenschip te verplaatsen zonder toestemming van een ambtenaar als bedoeld in artikel 7, onderdeel c, van de Wet capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot.
3. Overtreding van het verbod, bedoeld in het eerste, onderscheidenlijk tweede lid, vormt een strafbaar feit in de zin van artikel 1, onder 4o, van de Wet op de economische delicten.