BWBR0036730
Geldig vanaf 2015-08-01
Artikel 5
Regeling beheer wapens en munitie politie 2015
1. De ambtenaar die is uitgerust met een vuurwapen is verantwoordelijk voor het regulier onderhoud van het vuurwapen zoals voorgeschreven in de bij het vuurwapen verstrekte instructie van de korpschef.
2. Na de schiettraining of -toetsing dient de ambtenaar het vuurwapen zo spoedig mogelijk te reinigen en oliën conform de instructies, bedoeld in het eerste lid.
3. Indien het vuurwapen aan bijzondere vervuiling is blootgesteld, dient de ambtenaar het ter inspectie aan de wapenkamerbeheerder aan te bieden.
4. Het is de ambtenaar niet toegestaan om wijzigingen aan het vuurwapen aan te brengen.
5. Bij een gebleken defect dient de ambtenaar het vuurwapen zo spoedig mogelijk voor inspectie aan de wapenkamerbeheerder aan te bieden.
6. De ambtenaar dient het vuurwapen minimaal eenmaal per jaar ter inspectie aan te bieden aan de wapenkamerbeheerder.
2. Na de schiettraining of -toetsing dient de ambtenaar het vuurwapen zo spoedig mogelijk te reinigen en oliën conform de instructies, bedoeld in het eerste lid.
3. Indien het vuurwapen aan bijzondere vervuiling is blootgesteld, dient de ambtenaar het ter inspectie aan de wapenkamerbeheerder aan te bieden.
4. Het is de ambtenaar niet toegestaan om wijzigingen aan het vuurwapen aan te brengen.
5. Bij een gebleken defect dient de ambtenaar het vuurwapen zo spoedig mogelijk voor inspectie aan de wapenkamerbeheerder aan te bieden.
6. De ambtenaar dient het vuurwapen minimaal eenmaal per jaar ter inspectie aan te bieden aan de wapenkamerbeheerder.