BWBR0036730
Geldig vanaf 2015-08-01
Artikel 4
Regeling beheer wapens en munitie politie 2015
1. De ambtenaar is verantwoordelijk voor het opbergen en in een inbraakwerende ruimte bewaren van de aan hem verstrekte wapens.
2. Het is niet toegestaan om wapens onbeheerd in een voertuig achter te laten tenzij de wapens zijn opgeborgen in een hiervoor bestemd en beveiligd compartiment van een dienstvoertuig.
3. Buiten diensttijd dient het vuurwapen te worden opgeborgen in de wapenkamer, een wapenkluis of op een andere door de korpschef voorgeschreven wijze.
4. Het bewaren van wapens in de woning van de ambtenaar is slechts toegestaan ten behoeve van:
a. het verrichten van piketdienst of operationele dienst;
b. het volgen van een training of toetsing;
c. het deelnemen aan een competitie, na voorafgaande schriftelijke toestemming van de korpschef;
d. de veiligheid van de ambtenaar of van burgers, na voorafgaande schriftelijke toestemming van de korpschef.
2. Het is niet toegestaan om wapens onbeheerd in een voertuig achter te laten tenzij de wapens zijn opgeborgen in een hiervoor bestemd en beveiligd compartiment van een dienstvoertuig.
3. Buiten diensttijd dient het vuurwapen te worden opgeborgen in de wapenkamer, een wapenkluis of op een andere door de korpschef voorgeschreven wijze.
4. Het bewaren van wapens in de woning van de ambtenaar is slechts toegestaan ten behoeve van:
a. het verrichten van piketdienst of operationele dienst;
b. het volgen van een training of toetsing;
c. het deelnemen aan een competitie, na voorafgaande schriftelijke toestemming van de korpschef;
d. de veiligheid van de ambtenaar of van burgers, na voorafgaande schriftelijke toestemming van de korpschef.