BWBR0036629
Geldig vanaf 2015-12-01
Artikel 3
Regeling lokaal spoor
Een informatiedossier als bedoeld in artikel 9, vijfde lid, van de wet
bevat in ieder geval:
a. een kaart met daarop aangegeven de tracés en de ligging van de lokale spoorwegen, kunstwerken, tunnels, overwegen en overpaden, en de stations en haltes;
b. overzichten van: 1°. de toegelaten maximumsnelheid per baanvak;
2°. de beweegbare bruggen, de overwegen en overpaden en de beveiliging daarvan;
3°. de eindpunten, rangeerterreinen en opstelsporen, met uitzondering van sporen op de terreinen van werkplaatsen en remises;
4°. de situering van de lichtseinen;
1°. de toegelaten maximumsnelheid per baanvak;
2°. de beweegbare bruggen, de overwegen en overpaden en de beveiliging daarvan;
3°. de eindpunten, rangeerterreinen en opstelsporen, met uitzondering van sporen op de terreinen van werkplaatsen en remises;
4°. de situering van de lichtseinen;
c. informatie over de technische specificaties van de lokale spoorweginfrastructuur, waaronder: 1°. de spoorwijdte met gehanteerde marges;
2°. de railprofielen;
3°. de maximaal toelaatbare asdruk per baanvak;
4°. de systemen die gebruikt worden bij het bedienen van wissels;
5°. de vereiste afmetingen van de wielen;
6°. de vereiste wielprofielen, zowel nieuw als toelaatbaar gebruikt;
7°. de horizontale en verticale geometrie, inclusief horizontale en verticale boogstralen en het maximaal toelaatbare verkantingsverschil;
8°. het kinematisch omgrenzingsprofiel;
9°. het profiel van vrije ruimte;
10°. de werking van seinen en op welke baanvakken deze geplaatst zijn;
11°. het type treinbeïnvloedingssysteem en de daartoe vereiste voorzieningen in de spoorvoertuigen;
12°. de energievoorziening voor de spoorvoertuigen, waaronder de gebruikte spanning en stroomsoort;
13°. het type en de wijze van bevestiging van een stroomgeleider alsmede een ruimtelijke tekening van het rijvlak van de geleider ten opzichte van het kinematisch omgrenzingsprofiel;
14°. de afmetingen van de perrons, waaronder de lengte, de breedte en de hoogte gemeten vanaf de bovenkant van de spoorstaaf, alsmede de afstand van de perronrand tot het hart van het meest nabijgelegen spoor; en
1°. de spoorwijdte met gehanteerde marges;
2°. de railprofielen;
3°. de maximaal toelaatbare asdruk per baanvak;
4°. de systemen die gebruikt worden bij het bedienen van wissels;
5°. de vereiste afmetingen van de wielen;
6°. de vereiste wielprofielen, zowel nieuw als toelaatbaar gebruikt;
7°. de horizontale en verticale geometrie, inclusief horizontale en verticale boogstralen en het maximaal toelaatbare verkantingsverschil;
8°. het kinematisch omgrenzingsprofiel;
9°. het profiel van vrije ruimte;
10°. de werking van seinen en op welke baanvakken deze geplaatst zijn;
11°. het type treinbeïnvloedingssysteem en de daartoe vereiste voorzieningen in de spoorvoertuigen;
12°. de energievoorziening voor de spoorvoertuigen, waaronder de gebruikte spanning en stroomsoort;
13°. het type en de wijze van bevestiging van een stroomgeleider alsmede een ruimtelijke tekening van het rijvlak van de geleider ten opzichte van het kinematisch omgrenzingsprofiel;
14°. de afmetingen van de perrons, waaronder de lengte, de breedte en de hoogte gemeten vanaf de bovenkant van de spoorstaaf, alsmede de afstand van de perronrand tot het hart van het meest nabijgelegen spoor; en
d. tekeningen van de aanwezige tunnels, waarop de locaties en afmetingen van de vluchtwegen zijn aangegeven, alsmede de uitgangen naar de openbare ruimte.
bevat in ieder geval:
a. een kaart met daarop aangegeven de tracés en de ligging van de lokale spoorwegen, kunstwerken, tunnels, overwegen en overpaden, en de stations en haltes;
b. overzichten van: 1°. de toegelaten maximumsnelheid per baanvak;
2°. de beweegbare bruggen, de overwegen en overpaden en de beveiliging daarvan;
3°. de eindpunten, rangeerterreinen en opstelsporen, met uitzondering van sporen op de terreinen van werkplaatsen en remises;
4°. de situering van de lichtseinen;
1°. de toegelaten maximumsnelheid per baanvak;
2°. de beweegbare bruggen, de overwegen en overpaden en de beveiliging daarvan;
3°. de eindpunten, rangeerterreinen en opstelsporen, met uitzondering van sporen op de terreinen van werkplaatsen en remises;
4°. de situering van de lichtseinen;
c. informatie over de technische specificaties van de lokale spoorweginfrastructuur, waaronder: 1°. de spoorwijdte met gehanteerde marges;
2°. de railprofielen;
3°. de maximaal toelaatbare asdruk per baanvak;
4°. de systemen die gebruikt worden bij het bedienen van wissels;
5°. de vereiste afmetingen van de wielen;
6°. de vereiste wielprofielen, zowel nieuw als toelaatbaar gebruikt;
7°. de horizontale en verticale geometrie, inclusief horizontale en verticale boogstralen en het maximaal toelaatbare verkantingsverschil;
8°. het kinematisch omgrenzingsprofiel;
9°. het profiel van vrije ruimte;
10°. de werking van seinen en op welke baanvakken deze geplaatst zijn;
11°. het type treinbeïnvloedingssysteem en de daartoe vereiste voorzieningen in de spoorvoertuigen;
12°. de energievoorziening voor de spoorvoertuigen, waaronder de gebruikte spanning en stroomsoort;
13°. het type en de wijze van bevestiging van een stroomgeleider alsmede een ruimtelijke tekening van het rijvlak van de geleider ten opzichte van het kinematisch omgrenzingsprofiel;
14°. de afmetingen van de perrons, waaronder de lengte, de breedte en de hoogte gemeten vanaf de bovenkant van de spoorstaaf, alsmede de afstand van de perronrand tot het hart van het meest nabijgelegen spoor; en
1°. de spoorwijdte met gehanteerde marges;
2°. de railprofielen;
3°. de maximaal toelaatbare asdruk per baanvak;
4°. de systemen die gebruikt worden bij het bedienen van wissels;
5°. de vereiste afmetingen van de wielen;
6°. de vereiste wielprofielen, zowel nieuw als toelaatbaar gebruikt;
7°. de horizontale en verticale geometrie, inclusief horizontale en verticale boogstralen en het maximaal toelaatbare verkantingsverschil;
8°. het kinematisch omgrenzingsprofiel;
9°. het profiel van vrije ruimte;
10°. de werking van seinen en op welke baanvakken deze geplaatst zijn;
11°. het type treinbeïnvloedingssysteem en de daartoe vereiste voorzieningen in de spoorvoertuigen;
12°. de energievoorziening voor de spoorvoertuigen, waaronder de gebruikte spanning en stroomsoort;
13°. het type en de wijze van bevestiging van een stroomgeleider alsmede een ruimtelijke tekening van het rijvlak van de geleider ten opzichte van het kinematisch omgrenzingsprofiel;
14°. de afmetingen van de perrons, waaronder de lengte, de breedte en de hoogte gemeten vanaf de bovenkant van de spoorstaaf, alsmede de afstand van de perronrand tot het hart van het meest nabijgelegen spoor; en
d. tekeningen van de aanwezige tunnels, waarop de locaties en afmetingen van de vluchtwegen zijn aangegeven, alsmede de uitgangen naar de openbare ruimte.