BWBR0036115
Geldig vanaf 2015-01-03
Artikel 5
Organisatie- en mandaatbesluit Inspectie Leefomgeving en Transport 2015
1. Aan de volgende functionarissen worden de aan de inspecteur-generaal bij of krachtens de Wet luchtvaartgeattribueerde bevoegdheden, die behoren bij hun taken, in mandaat verleend:
a. de directeur en afdelingshoofden van het domein ILT/Luchtvaart;
b. de inspecteurs ILT van het domein ILT/Luchtvaart;
c. de daartoe door de inspecteur-generaal aangewezen functionarissen van de afdeling Juridische Zaken.
2. De aan de inspecteur-generaal op grond van artikel 4.2 van het Besluit OM-afdoeningtoegekende strafbeschikkingsbevoegdheid wordt in mandaat verleend aan:
a. het hoofd van de afdeling Vergunningen, Binnenvaart en Bestuurlijke Boete;
b. de inspecteur ILT belast met de coördinatie van de buitengewoon opsporingsambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport;
c. de inspecteur ILT belast met de coördinatie van de algemeen opsporingsambtenaren van de ILT/Inlichtingen- en Opsporingsdienst.
a. de directeur en afdelingshoofden van het domein ILT/Luchtvaart;
b. de inspecteurs ILT van het domein ILT/Luchtvaart;
c. de daartoe door de inspecteur-generaal aangewezen functionarissen van de afdeling Juridische Zaken.
2. De aan de inspecteur-generaal op grond van artikel 4.2 van het Besluit OM-afdoeningtoegekende strafbeschikkingsbevoegdheid wordt in mandaat verleend aan:
a. het hoofd van de afdeling Vergunningen, Binnenvaart en Bestuurlijke Boete;
b. de inspecteur ILT belast met de coördinatie van de buitengewoon opsporingsambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport;
c. de inspecteur ILT belast met de coördinatie van de algemeen opsporingsambtenaren van de ILT/Inlichtingen- en Opsporingsdienst.