BWBR0036115
Geldig vanaf 2015-01-03
Artikel 3
Organisatie- en mandaatbesluit Inspectie Leefomgeving en Transport 2015
1. Bij afwezigheid of verhindering van de inspecteur-generaal is de directeur ILT/Handhavingsbeleid bevoegd om als diens plaatsvervanger op te treden.
2. Bij afwezigheid of verhindering van een directeur zijn de overige directeuren en de afdelingshoofden binnen een domein of directie bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
3. Bij afwezigheid of verhindering van een afdelingshoofd zijn de overige afdelingshoofden binnen een domein of directie bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
4. Bij afwezigheid of verhindering van een teamleider is het afdelingshoofd van de desbetreffende afdeling bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
5. Plaatsvervanging geschiedt voor het overige overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de inspecteur-generaal en de functionaris die bij afwezigheid of verhindering wordt vervangen.
2. Bij afwezigheid of verhindering van een directeur zijn de overige directeuren en de afdelingshoofden binnen een domein of directie bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
3. Bij afwezigheid of verhindering van een afdelingshoofd zijn de overige afdelingshoofden binnen een domein of directie bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
4. Bij afwezigheid of verhindering van een teamleider is het afdelingshoofd van de desbetreffende afdeling bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
5. Plaatsvervanging geschiedt voor het overige overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de inspecteur-generaal en de functionaris die bij afwezigheid of verhindering wordt vervangen.