BWBR0035976
Geldig vanaf 2014-12-23
Artikel 2
Regeling rijksbrede commissie VWNW-beleid
1. De commissie bestaat uit voorzitters, leden en plaatsvervangende leden die worden benoemd door de Minister voor Wonen en Rijksdienst.
2. De voorzitters, bedoeld in het eerste lid, worden benoemd op voordracht van het bevoegd gezag, na instemming van de centrales van verenigingen van ambtenaren, bedoeld in artikel 105en artikel 113 van het Algemeen Rijksambtenarenreglementof na instemming van de centrales van verenigingen van ambtenaren bedoeld in artikel 142, derde lid, van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken.
3. De leden en plaatsvervangend leden worden benoemd op voordracht van:
a. het bevoegd gezag,
b. de centrales van verenigingen van ambtenaren, bedoeld in artikel 105 en artikel 113 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, en artikel 142, derde lid, van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken, en
c. de mobiliteitsorganisaties binnen de sector Rijk.
4. Het bevoegd gezag kan een voorzitter, een lid en een plaatsvervangend lid als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, aanwijzen ter behandeling van een adviesaanvraag als bedoeld in artikel 49uu, tweede lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.
2. De voorzitters, bedoeld in het eerste lid, worden benoemd op voordracht van het bevoegd gezag, na instemming van de centrales van verenigingen van ambtenaren, bedoeld in artikel 105en artikel 113 van het Algemeen Rijksambtenarenreglementof na instemming van de centrales van verenigingen van ambtenaren bedoeld in artikel 142, derde lid, van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken.
3. De leden en plaatsvervangend leden worden benoemd op voordracht van:
a. het bevoegd gezag,
b. de centrales van verenigingen van ambtenaren, bedoeld in artikel 105 en artikel 113 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, en artikel 142, derde lid, van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken, en
c. de mobiliteitsorganisaties binnen de sector Rijk.
4. Het bevoegd gezag kan een voorzitter, een lid en een plaatsvervangend lid als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, aanwijzen ter behandeling van een adviesaanvraag als bedoeld in artikel 49uu, tweede lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.