BWBR0035800
Geldig vanaf 2014-11-26
Artikel 9
Subsidieregeling EFMB 2015–2023
1. In het projectplan geeft de aanvrager aan:
a. op welke wijze de doelgroep bereikt wordt en hoeveel personen van de doelgroep naar verwachting aan de voor de doelgroep georganiseerde activiteiten gaan deelnemen, waarbij een ondergrens wordt gehanteerd van 5.000 personen;
b. welke activiteiten worden georganiseerd en hoe deze activiteiten een duurzame bijdrage leveren aan het tegengaan van de sociale uitsluiting van de deelnemers;
c. op welke wijze de deelnemers bewust worden gemaakt en gestimuleerd worden om gebruik te maken van het lokale ondersteunings- en activeringsaanbod;
d. op welke wijze de sociale netwerken van de deelnemers worden versterkt;
e. op welke wijze de basiscompetenties van de deelnemers worden verbeterd;
f. welke concrete resultaten het project voor de doelgroep oplevert;
g. op welke wijze wordt gewaarborgd dat de activiteiten een laagdrempelig karakter hebben, er rekening wordt gehouden met de culturele diversiteit van de doelgroep, (in)directe discriminatie wordt vermeden en gelijke behandeling man/vrouw wordt gewaarborgd;
h. in welke gemeenten de activiteiten plaatsvinden, inclusief een toelichting waarom er voor gekozen is de activiteiten daar te organiseren. Hierbij wordt een ondergrens gehanteerd van vier gemeenten;
i. op welke wijze gemeenten en maatschappelijke organisaties bij het project worden betrokken;
j. op welke wijze wordt gewaarborgd dat de planning van het project haalbaar is;
k. op welke wijze wordt bevorderd dat de deelnemers na afloop van het project niet opnieuw sociaal uitgesloten raken;
l. over welke – met het oog op de uitvoering van het project – relevante kennis en ervaring de aanvrager, de bij de uitvoering van het project betrokken partijen en de ingezette medewerkers beschikken.
2. In de begroting maakt de aanvrager inzichtelijk welke kosten gemoeid zijn met het project en onderbouwt hij deze kosten op deugdelijke wijze.
3. Het financieringsplan omvat een liquiditeitsbegroting waaruit blijkt dat de aanvrager gedurende de gehele projectperiode beschikt over voldoende liquide middelen om het project conform planning uit te voeren.
4. In de beschrijving van de administratieve organisatie en interne controle geeft de aanvrager aan op welke wijze de projectorganisatie is vormgegeven, de administratie is ingericht en welke maatregelen hij neemt om er voor te zorgen dat hij aan de gestelde verantwoordingsvereisten, bedoeld in de artikelen 17en 18, kan voldoen.
a. op welke wijze de doelgroep bereikt wordt en hoeveel personen van de doelgroep naar verwachting aan de voor de doelgroep georganiseerde activiteiten gaan deelnemen, waarbij een ondergrens wordt gehanteerd van 5.000 personen;
b. welke activiteiten worden georganiseerd en hoe deze activiteiten een duurzame bijdrage leveren aan het tegengaan van de sociale uitsluiting van de deelnemers;
c. op welke wijze de deelnemers bewust worden gemaakt en gestimuleerd worden om gebruik te maken van het lokale ondersteunings- en activeringsaanbod;
d. op welke wijze de sociale netwerken van de deelnemers worden versterkt;
e. op welke wijze de basiscompetenties van de deelnemers worden verbeterd;
f. welke concrete resultaten het project voor de doelgroep oplevert;
g. op welke wijze wordt gewaarborgd dat de activiteiten een laagdrempelig karakter hebben, er rekening wordt gehouden met de culturele diversiteit van de doelgroep, (in)directe discriminatie wordt vermeden en gelijke behandeling man/vrouw wordt gewaarborgd;
h. in welke gemeenten de activiteiten plaatsvinden, inclusief een toelichting waarom er voor gekozen is de activiteiten daar te organiseren. Hierbij wordt een ondergrens gehanteerd van vier gemeenten;
i. op welke wijze gemeenten en maatschappelijke organisaties bij het project worden betrokken;
j. op welke wijze wordt gewaarborgd dat de planning van het project haalbaar is;
k. op welke wijze wordt bevorderd dat de deelnemers na afloop van het project niet opnieuw sociaal uitgesloten raken;
l. over welke – met het oog op de uitvoering van het project – relevante kennis en ervaring de aanvrager, de bij de uitvoering van het project betrokken partijen en de ingezette medewerkers beschikken.
2. In de begroting maakt de aanvrager inzichtelijk welke kosten gemoeid zijn met het project en onderbouwt hij deze kosten op deugdelijke wijze.
3. Het financieringsplan omvat een liquiditeitsbegroting waaruit blijkt dat de aanvrager gedurende de gehele projectperiode beschikt over voldoende liquide middelen om het project conform planning uit te voeren.
4. In de beschrijving van de administratieve organisatie en interne controle geeft de aanvrager aan op welke wijze de projectorganisatie is vormgegeven, de administratie is ingericht en welke maatregelen hij neemt om er voor te zorgen dat hij aan de gestelde verantwoordingsvereisten, bedoeld in de artikelen 17en 18, kan voldoen.