BWBR0035800
Geldig vanaf 2014-11-26
Artikel 21
Subsidieregeling EFMB 2015–2023
1. Onverminderd het bepaalde in afdeling 4.2.6. van de Algemene wet bestuursrecht, kan de beschikking tot subsidieverlening geheel worden ingetrokken indien:
a. de subsidie niet is besteed aan de in de beschikking tot subsidieverlening toegekende subsidiabele kosten;
b. de doelstellingen van het project verwijtbaar door de begunstigde niet of slechts ten dele worden gerealiseerd;
c. de begunstigde niet of niet meer beschikt over de benodigde operationele en financiële capaciteit voor de uitvoering van de voorgenomen activiteiten;
d. binnen zes maanden na het verlenen van de subsidiebeschikking, geen aanvang is gemaakt met de uitvoering van de activiteiten in het projectplan;
e. de beheerautoriteit bij de evaluatie, bedoeld in artikel 19, eerste lid, een negatieve beoordeling van het project geeft;
f. de beheerautoriteit bij de monitoring, bedoeld in artikel 19, tweede lid, tot het oordeel komt dat het project in onvoldoende mate een positieve bijdrage levert aan het bereiken van de doelstellingen uit het operationeel programma; of
g. in strijd wordt gehandeld met deze regeling of de Verordening.
2. De beschikking tot subsidieverlening kan in afwijking van het eerste lid gedeeltelijk worden ingetrokken indien er geen aanleiding is de subsidie geheel in te trekken.
3. Indien de beschikking tot subsidieverlening geheel of gedeeltelijk wordt ingetrokken, wordt het subsidiebedrag dat tot dat moment is uitgekeerd, vermeerderd met de wettelijke rente, geheel of gedeeltelijk van de begunstigde teruggevorderd.
4. Het derde lid is niet van toepassing indien de intrekking van de beschikking tot subsidieverlening op grond van het eerste lid, onderdelen e en f, niet verwijtbaar is aan de begunstigde.
a. de subsidie niet is besteed aan de in de beschikking tot subsidieverlening toegekende subsidiabele kosten;
b. de doelstellingen van het project verwijtbaar door de begunstigde niet of slechts ten dele worden gerealiseerd;
c. de begunstigde niet of niet meer beschikt over de benodigde operationele en financiële capaciteit voor de uitvoering van de voorgenomen activiteiten;
d. binnen zes maanden na het verlenen van de subsidiebeschikking, geen aanvang is gemaakt met de uitvoering van de activiteiten in het projectplan;
e. de beheerautoriteit bij de evaluatie, bedoeld in artikel 19, eerste lid, een negatieve beoordeling van het project geeft;
f. de beheerautoriteit bij de monitoring, bedoeld in artikel 19, tweede lid, tot het oordeel komt dat het project in onvoldoende mate een positieve bijdrage levert aan het bereiken van de doelstellingen uit het operationeel programma; of
g. in strijd wordt gehandeld met deze regeling of de Verordening.
2. De beschikking tot subsidieverlening kan in afwijking van het eerste lid gedeeltelijk worden ingetrokken indien er geen aanleiding is de subsidie geheel in te trekken.
3. Indien de beschikking tot subsidieverlening geheel of gedeeltelijk wordt ingetrokken, wordt het subsidiebedrag dat tot dat moment is uitgekeerd, vermeerderd met de wettelijke rente, geheel of gedeeltelijk van de begunstigde teruggevorderd.
4. Het derde lid is niet van toepassing indien de intrekking van de beschikking tot subsidieverlening op grond van het eerste lid, onderdelen e en f, niet verwijtbaar is aan de begunstigde.