BWBR0035779
Geldig vanaf 2014-11-22
Artikel 3.2.2
Besluit Jeugdwet
Een certificaat of een voorlopig certificaat wordt geschorst of ingetrokken door de certificerende instelling:
a. op grond van feiten of omstandigheden waarvan de certificerende instelling bij de afgifte van het certificaat redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de certificerende instelling het certificaat niet zou hebben afgegeven;
b. op grond van door de gecertificeerde instelling verstrekte onjuiste inlichtingen over feiten of omstandigheden, mits de onjuistheid daarvan aan de gecertificeerde instelling bekend was of kon zijn;
c. indien de gecertificeerde instelling niet meer voldoet aan het normenkader, bedoeld in artikel 3.4, vierde lid, van de wet, of
d. indien de gecertificeerde instelling haar wettelijke verplichtingen niet meer naar behoren nakomt of de taken waarvoor zij is gecertificeerd niet meer naar behoren uitvoert.
a. op grond van feiten of omstandigheden waarvan de certificerende instelling bij de afgifte van het certificaat redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de certificerende instelling het certificaat niet zou hebben afgegeven;
b. op grond van door de gecertificeerde instelling verstrekte onjuiste inlichtingen over feiten of omstandigheden, mits de onjuistheid daarvan aan de gecertificeerde instelling bekend was of kon zijn;
c. indien de gecertificeerde instelling niet meer voldoet aan het normenkader, bedoeld in artikel 3.4, vierde lid, van de wet, of
d. indien de gecertificeerde instelling haar wettelijke verplichtingen niet meer naar behoren nakomt of de taken waarvoor zij is gecertificeerd niet meer naar behoren uitvoert.