BWBR0035779
Geldig vanaf 2014-11-22
Artikel 1.2
Besluit Jeugdwet
1. De verantwoordelijkheid van het college, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0034925/artikel/1.3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1.3, tweede lid, van de wet</a>geldt tevens ten aanzien van vreemdelingen die geen rechtmatig verblijf in Nederland hebben en die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt.
2. Indien ten aanzien van een vreemdeling als bedoeld in het eerste lid een voorziening inhoudende jeugdhulp met verblijf aangewezen is, treft het college slechts een voorziening inhoudende verblijf bij een pleegouder, indien dit noodzakelijk is in het belang van de ontwikkeling van die vreemdeling. Indien het college voor een vreemdeling verblijf bij een pleegouder geboden acht, geeft hij aan waarom hij verblijf in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder niet aangewezen acht.
3. De duur van de voorziening voor een vreemdeling als bedoeld in het eerste lid, is in overeenstemming met de verwachte duur van het verblijf in Nederland en is ten hoogste een half jaar.
4. Indien het college een voorziening als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0034925/artikel/2.3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.3, eerste lid, van de wet</a>treft ten behoeve van een vreemdeling, is de duur van die voorziening ten hoogste een half jaar, indien de vreemdeling een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bezit, die is verleend onder de beperking die verband houdt met tijdelijke humanitaire gronden als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0011825/artikel/3.5" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.5, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000</a>.
2. Indien ten aanzien van een vreemdeling als bedoeld in het eerste lid een voorziening inhoudende jeugdhulp met verblijf aangewezen is, treft het college slechts een voorziening inhoudende verblijf bij een pleegouder, indien dit noodzakelijk is in het belang van de ontwikkeling van die vreemdeling. Indien het college voor een vreemdeling verblijf bij een pleegouder geboden acht, geeft hij aan waarom hij verblijf in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder niet aangewezen acht.
3. De duur van de voorziening voor een vreemdeling als bedoeld in het eerste lid, is in overeenstemming met de verwachte duur van het verblijf in Nederland en is ten hoogste een half jaar.
4. Indien het college een voorziening als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0034925/artikel/2.3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.3, eerste lid, van de wet</a>treft ten behoeve van een vreemdeling, is de duur van die voorziening ten hoogste een half jaar, indien de vreemdeling een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bezit, die is verleend onder de beperking die verband houdt met tijdelijke humanitaire gronden als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0011825/artikel/3.5" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.5, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000</a>.