BWBR0035779
Geldig vanaf 2014-11-22
Artikel 6.2.10
Besluit Jeugdwet
1. Bij een onderzoek van urine wordt de urine in het bijzijn van de jeugdige over twee daartoe bestemde goed af te sluiten urinehouders verdeeld, waarna een registratienummer wordt aangebracht op de twee urinehouders.
2. De jeugdhulpverantwoordelijke draagt er zorg voor dat één urinehouder ten behoeve van een onderzoek op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen naar een laboratorium wordt gezonden.
3. De jeugdhulpverantwoordelijke verzoekt het laboratorium het onderzoek binnen tien dagen uit te voeren.
4. De tweede urinehouder wordt in een voor onbevoegden niet toegankelijke diepvries of koelkast bewaard dan wel naar een laboratorium verstuurd waar de urinehouder in een voor onbevoegden niet toegankelijke diepvries of koelkast wordt bewaard.
2. De jeugdhulpverantwoordelijke draagt er zorg voor dat één urinehouder ten behoeve van een onderzoek op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen naar een laboratorium wordt gezonden.
3. De jeugdhulpverantwoordelijke verzoekt het laboratorium het onderzoek binnen tien dagen uit te voeren.
4. De tweede urinehouder wordt in een voor onbevoegden niet toegankelijke diepvries of koelkast bewaard dan wel naar een laboratorium verstuurd waar de urinehouder in een voor onbevoegden niet toegankelijke diepvries of koelkast wordt bewaard.