BWBR0035313
Geldig vanaf 2014-07-12
Artikel 3
Beleidsregel doelmatigheid hoger onderwijs 2014
1. Onder een gedeelte van een opleiding als bedoeld in artikel 7.17, tweede en derde lid, van de wetwordt ten minste begrepen:
a. de propedeutische fase of de eerste 60 studiepunten van een opleiding;
b. een afstudeerrichting;
c. het gedeelte van de bacheloropleiding dat meer dan een derde van de gehele studielast van de opleiding, inclusief stages en afstudeerprojecten, omvat;
d. het gedeelte van de masteropleiding dat meer dan een derde of meer dan 30 studiepunten van de gehele studielast van de opleiding, inclusief stages en afstudeerprojecten, omvat;
e. het gedeelte van de Ad dat meer dan een derde van de gehele studielast, inclusief stages en afstudeerprojecten, omvat.
2. Indien het beroepsuitoefeningsdeel van een duaal ingerichte opleiding of een duaal ingericht Ad door een student op individuele basis in een andere gemeente wordt doorlopen, heeft de in het eerste lid, onderdelen c en d, respectievelijk onderdeel e, genoemde norm geen betrekking op het beroepsuitoefeningsdeel.
3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op een deeltijd ingerichte opleiding of een deeltijd ingericht Ad, indien met een student op individuele basis een overeenkomst vergelijkbaar met die bedoeld in artikel 7.7 van de wetis gesloten.
4. Voor opleidingen die op basis van de Regeling tegemoetkoming kosten opleidingsscholen worden gesubsidieerd wordt onder een gedeelte van een opleiding als bedoeld in artikel 7.17, tweede en derde lid, van de wetbegrepen een opleiding waarbij meer dan 50% van het curriculum in de praktijk wordt gevolgd. Voor opleidingen die op basis van de Regeling praktijkleren en Groene plusworden gesubsidieerd wordt onder een gedeelte van een opleiding als bedoeld in artikel 7.17, tweede en derde lid van de wet begrepen een opleiding waarbij meer dan 50% van het curriculum in de praktijk wordt gevolgd.
a. de propedeutische fase of de eerste 60 studiepunten van een opleiding;
b. een afstudeerrichting;
c. het gedeelte van de bacheloropleiding dat meer dan een derde van de gehele studielast van de opleiding, inclusief stages en afstudeerprojecten, omvat;
d. het gedeelte van de masteropleiding dat meer dan een derde of meer dan 30 studiepunten van de gehele studielast van de opleiding, inclusief stages en afstudeerprojecten, omvat;
e. het gedeelte van de Ad dat meer dan een derde van de gehele studielast, inclusief stages en afstudeerprojecten, omvat.
2. Indien het beroepsuitoefeningsdeel van een duaal ingerichte opleiding of een duaal ingericht Ad door een student op individuele basis in een andere gemeente wordt doorlopen, heeft de in het eerste lid, onderdelen c en d, respectievelijk onderdeel e, genoemde norm geen betrekking op het beroepsuitoefeningsdeel.
3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op een deeltijd ingerichte opleiding of een deeltijd ingericht Ad, indien met een student op individuele basis een overeenkomst vergelijkbaar met die bedoeld in artikel 7.7 van de wetis gesloten.
4. Voor opleidingen die op basis van de Regeling tegemoetkoming kosten opleidingsscholen worden gesubsidieerd wordt onder een gedeelte van een opleiding als bedoeld in artikel 7.17, tweede en derde lid, van de wetbegrepen een opleiding waarbij meer dan 50% van het curriculum in de praktijk wordt gevolgd. Voor opleidingen die op basis van de Regeling praktijkleren en Groene plusworden gesubsidieerd wordt onder een gedeelte van een opleiding als bedoeld in artikel 7.17, tweede en derde lid van de wet begrepen een opleiding waarbij meer dan 50% van het curriculum in de praktijk wordt gevolgd.